EYE: ’n doorn in ‘t OOG

Woensdag 4 april vond in Amsterdam de opening plaats van ‘t nieuwe filminstituut, door de koningin nog wel. Dat instituut heet EYE. Ik dacht eerst dat dat was omdat ’t gelegen is aan ’t Amsterdamse IJ; u kent toch de hedendaagse uitspraak van die ij, maar nee het is ’t Engelse woord voor OOG.

Het zal wel geen toeval zijn dat die opening gepland is in de week voor Pasen. Dat is immers de beste tijd om ons vertrouwd te maken met de juiste uitspraak van dat EYE:

Een ei is geen ei [aai]
Twee ei is ’n half ei [aai]
Drie ei is ’n film-EYE [aai]

Wie dat onooglijke EYE heeft voorgesteld, heeft duidelijk geen oog voor de vorm van ’t woord. Als ’t toch een metaforische naam moest worden waarom dan niet OOG dat verre superieur is aan dat EYE, ook als ’t klein geschreven wordt: oog versus eye. Wat zou een grafisch ontwerper niet hebben kunnen doen met de woordvorm OOG.

Ik ben ook benieuwd of en hoe ’t woord in het dagelijkse taalverkeer zal gaan functioneren. Wat ga je zeggen: ‘Ik ga vanmiddag even naar EYE, naar ’t EYE of naar de EYE.’ De eerste twee mogelijkheden ben ik al tegengekomen. Dat de vorm zonder lidwoord ’t gaat redden betwijfel ik trouwens. De tweede heeft weer ’t bezwaar dat ie gelijkluidend is aan ’t IJ. De derde mogelijkheid geef ik de meeste kans, gelet op combinaties als DE Hema, DE Blokker, DE Gamma, DE Viva, DE Margriet, enzovoorts. Uit een onderzoek van Onze Taal kwam naar voren dat namen die afgeleid zijn van eigennamen meestal geen lidwoord krijgen: Albert Heijn, V&D.;  EYE hoort daar duidelijk niet bij, vandaar mijn verwachting: DE EYE. Of zeggen we uiteindelijk toch liever gewoon ’t FILMINSTITUUT of ’t vertrouwde FILMMUSEUM?

In het tv-programma Nieuwsuur (zaterdag 31 maart jl.) vertelde architectuurhistoricus Vincent van Rossem wat zijn voornaamste bezwaar tegen ’t gebouw is: ’t gebouw is niet rationeel, ’t laat niet zien wat ’t is en heeft. Op dezelfde manier is de naam EYE irrationeel: die drukt ook niet uit waar ’t woord voor staat. EYE betekent ‘oog’ en je moet maar weten dat ’t toevallig ook de naam van een filminstituut is. Vergelijk dat eens met ‘Beeld en Geluid’ in Hilversum, waar inderdaad beeld en geluid opgeslagen liggen.  Een instituut dat films archiveert en vertoont zou DE FILMS moeten heten.

De voornaamste reden waarom dat EYE gekozen is, is natuurlijk dat ’t ENGELS is en Engels wordt in een bepaalde kraam verkozen boven Nederlands. Net zoals ’t gebouw er waarschijnlijk gekomen is omdat ’t een ‘on-Nederlands'(de Volkskrant, 30 maart jl.) gebouw is. Van Rossem kwalificeert ’t ontwerp als ‘aanstellerig’. Als je ’t zo bekijkt past de naam perfect bij ‘t gebouw, want ook EYE is een mooi voorbeeld van aanstellerEYE.

Jan Stroop

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

5 reacties op EYE: ’n doorn in ‘t OOG

  1. Anoniem schreef:

    Leuk verhaal. Oei, de naam EYE jeukt behoorlijk, ook bij mij. Maar dat Jan Stroop de woorden "een" en "het" schrijft als "'n" en "'t", geeft mij nog meer jeuk. Wat een narcistische aanstellerij. Of mis ik hier een of andere (april?)grap?

  2. David Naafs schreef:

    @ Anoniem: ja, mee eens, wat vervelend.

    Ik zie in het gebruik van ''t' en ''n' t.o.v. 'het' en 'een' ook geen voordeel op het gebied van stijl of een verwijzing, die een eventueel bewuste keuze zou verraden.

    Opmerkelijk.
    @ Jan Stroop: kunt u uw keuze in dezen verduidelijken?

  3. Peter Boot schreef:

    Tsja, en waarom heet Artis niet gewoon 'dierentuin' en Madurodam niet 'Nederland in het klein'? Omdat een naam iets anders is dan een beschrijving. Albert Heijn heet ook geen supermarkt. Men heeft een korte en krachtige naam bedacht voor een krachtig gebouw dat een prachtige aanwinst voor de stad is.

  4. Redactie Neder-L schreef:

    Ik schrijf geen woorden die in 't ABN niet bestaan.

    Jan Stroop

  5. Anoniem schreef:

    Waar ik over struikel is de derde zin in de vierde alinea: 'Dat de vorm zonder lidwoord 't gaat redden betwijfel ik trouwens'. Wat bedoelt Jan Stroop hiermee?

    Grammaticaal snap ik het wel, maar mijn cognitie schiet te kort.

    Gaat dit artikel niet over de vraag hoe een naamswijziging en/of een organisatiewijziging te rijmen valt met zowel cultuurbehoud als taalbehoud? Of stel het scherper, over de vraag hoe instituten zichzelf in stand kunnen houden zonder onwenselijke vormen van institutionalisering en zonder dat het publiek in de war raakt of het culturele bewustzijn verliest?

    Gaat dit artikel over verlies, behoud of over verandering?
    Dat het over ons verleden gaat, betwijfel ik nou weer op mijn beurt.

    Zolang mijn oren zich nog dagelijks storen aan mensen die niet immuun lijken te zijn voor vorstenkoorts, zal nieuwsgierigheid het winnen van mijn onvermogen om een taalontwikkeling te voorspellen.

Reacties zijn gesloten.