Waarom sushi?

Een van de fijne kanten van het leven als taalkundige is dat je je af en toe onbekommerd kunt overgeven aan pietluttige details. Ik bezoek momenteel een congres in Potsdam en daar hoorde ik gisteren een lezing over het Japanse woord voor waarom.

Ik neem aan dat je zelf al behoorlijk ver heen moet zijn om te kunnen begrijpen hoe fijn dat is, maar het wordt nog gekker, want mijn gedachten dwaalden af doordat ik ineens iets inzag over het verschil tussen de Nederlandse woorden waarom en wanneer.

Stel dat Anneke vertelt:

– Koos heeft een heleboel sushi gegeten.

Dan kan Tanneke natuurlijk allerlei dingen vragen zoals:

– Waarom heeft Koos een heleboel sushi gegeten?
– Wanneer heeft Koos een heleboel sushi gegeten?

Het rare is nu: de eerste vraag kun je wel inkorten, maar de tweede niet:

– Waarom sushi?
– Wanneer sushi? [uitgesloten]

De eerste ingekorte vraag is misschien niet vreselijk beleefd, maar de tweede kun je gewoonweg niet gebruiken. Waarom niet? (Wanneer niet?)

Het heeft misschien iets te maken met het feit dat wanneer vraagt naar het tijdstip van de handeling, en dat tijdstip is voor ieder element van de zin hetzelfde: Koos en de sushi waren tegelijkertijd aanwezig en de sushi werd ook op dat moment in grote hoeveelheden verorberd. De vraag ‘wanneer sushi’ lijkt te impliceren dat er een apart tijdstip voor de sushi geformuleerd kan worden en dat is niet het geval.

Waarom-vragen zijn anders: met waarom kun je ieder element van iedere bewering apart bevragen:

– Waarom Koos?
– Waarom sushi?
– Waarom een heleboel?
– Waarom gegeten (en niet gedronken?)

Iedereen die kleine kinderen heeft, wist natuurlijk allang dat je met waarom alles eindeloos kon vragen. Ik moest ervoor naar Potsdam om een lezing over de Japanse tegenhanger te horen.

Aanvulling 31 maart 2012: Peter-Arno Coppen gaat hier nog verder op de analyse van deze constructie.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.

3 reacties op Waarom sushi?

  1. Andre Engels schreef:

    Het klopt natuurlijk niet dat je de 'Wanneer'-vraag niet kunt inkorten. Een simpel "Wanneer?" is taalkundig correct (evenals overigens een simpel "Waarom?").

    De analyse klopt verder wel – het kan zelfs gebruikt worden om uitzonderingen te vinden:

    > "Koos heeft wel eens veel sushi gegeten, en ook wel eens veel currie"
    >> "Wanneer sushi?"
    >> "Waarom sushi?"

    Dit "wanneer sushi" is lang zo vreemd niet. Maar toch is ook in een dergelijk geval waarom flexibeler dan wanneer:

    > "Koos heeft zich wel eens aan sushi overeten, en ook wel eens aan currie."
    >> "Wanneer aan sushi?"
    >> "Waarom aan sushi?"
    >> *"Wanneer sushi?"
    >> "Waarom sushi?"

    Was het vorige "Wanneer sushi?" nog een beetje een randgeval, dit "Wanneer aan sushi?" klinkt volkomen normaal. Echter, het ook nog eens weglaten van 'aan' is bij wanneer niet mogelijk, bij waarom wel.

  2. Ik denk dat het hier gaat om het feit dat je 'waarom' predicatief kunt opvatten, terwijl dat bij 'wanneer' lastiger is. Vergelijk ook:

    – Dat ik sushi eet is om een bepaalde reden
    – Dat ik sushi eet is op een bepaalde tijd [moeilijk]

    'Waarom' is de bevraging van die predicatie.

    In traditionele termen gezegd: 'is om een bepaalde reden' is een naamwoordelijk gezegde, 'is op een bepaalde tijd' is werkwoordelijk (want het gaat om het existentiële 'zijn'). In het verlengde hiervan zou je verwachten dat het bij plaats ook niet werkt. En inderdaad:

    – Dat ik sushi eet is op een bepaalde plaats [moeilijk]
    – Waar sushi? [moeilijk]

    Wat André Engels signaleert is dat die elliptische zin wel kan als je hem kunt opvatten als samentrekking:

    – Ik heb gisteren sushi gegeten en vandaag curry
    – Wanneer curry?

  3. Hanneke van Hoof schreef:

    De verkorte wanneer-vraag lijkt alleen met een gefocust zinsdeel samen te kunnen gaan en er moet sprake zijn van een contrastieve gebeurtenis in de context. Zoals hierboven opgemerkt, lenen elliptische zinnen zich hiervoor goed:

    -Koos heeft SUSHI gegeten (maar ook veel CURRY).
    -Wanneer sushi?

    Bij een dubbelcontrast ligt het weer gecompliceerder:

    -Koos heeft SUSHI BESTELD (maar CURRY GEKREGEN).
    -Wanneer sushi? [uitgesloten]
    -Wanneer besteld? [uitgesloten]
    -Wanneer sushi besteld? [gaat wel voor mij]

    De waarom-pendanten gaan natuurlijk ook.
    Het leuke van verkorte waarom-vragen is dat je er ook dingen mee in twijfel kunt trekken die door de spreker helemaal niet ter discussie worden gesteld:

    -Koos heeft niet alleen sushi BESTELD (maar ook GEGETEN).
    -Waarom sushi?

    En daarom zijn verkorte waarom-vragen zo nuttig in de wetenschap!

Reacties zijn gesloten.