Linguïstisch Miniatuurtje CLIII: Ojee, weer een miniatuurtje!

Sinds december 2011 lees ik elke dag de column van Marc van Oostendorp in Neder-L. Marc schrijft in een tempo en een hoeveelheid waar Vestdijk nog jaloers op zou worden, en dat zou nog niet eens zo bijzonder zijn als hij er niet regelmatig in slaagde om lezers aan het denken te zetten. Je moet wel een taalkundig hart van steen hebben wil je niet op zijn minst af en toe door zo’n column geïnspireerd raken.

Gisteren had hij weer zo’n mooie observatie, zo een die je op een terrasje doet en die bij normale mensen in een zomermiddag vervliegt, maar die Marc dan vastlegt zodat we er op een sombere en regenachtige zaterdagmorgen nog even over na kunnen denken.

Wat was die observatie? Dat was dat je in een conversatie waar iemand net gezegd heeft Koos heeft een heleboel sushi gegeten wel een verkorte vraag kunt stellen als Waarom sushi? maar niet Wanneer sushi?

In de analyse speculeert Marc dat het te maken heeft met het feit dat de vraag Wanneer sushi? suggereert dat je voor de sushi een ander tijdstip kunt hebben dan voor het eten of voor Koos en dat kan natuurlijk niet. Dat kan wel bij de waarom-vraag, want er kan een aparte reden zijn dat het sushi is, dat het om eten gaat, en dat het nou net Koos betreft.

Dat klinkt al goed, maar ik denk dat er nog wel wat aanscherping nodig is. Immers, als de uitspraak was Koos heeft gisteren een heleboel sushi en pizza gegeten kan de vraag best Wanneer sushi? zijn. Toch is dan ook Koos op dezelfde tijd aanwezig als de sushi, en dat is de tijd waarop er gegeten wordt. Marcs verklaring komt er denk ik eigenlijk op neer dat er in de oorspronkelijke zin geen contrast mogelijk is tussen de zin op een bepaald tijdstip en een andere zin die alleen verschilt in tijdstip en gerecht (sushi of iets anders).

In de reacties wordt nog opgemerkt dat de wanneer-vraag best kan als je een soort samentrekking hebt. Na Ik heb vandaag sushi gegeten en gisteren curry kun je best vragen Wanneer sushi? als je het niet goed verstaan hebt. Ik denk dat Marc die relatie met samentrekking in zijn discussie op het terras met een andere taalkundige best gelegd heeft, want de voorbeeldzin wordt ingeleid met Stel dat Anneke vertelt… Dat kan niet anders dan een verwijzing zijn naar Anneke Neijt, die hier een bekend proefschrift over schreef.

Ikzelf deed ook een duit in het zakje door op te merken dat waarom predicatief kan worden opgevat en wanneer niet, of niet zo goed. je kunt wel zeggen Dat Koos een heleboel sushi gegeten heeft is om een bepaalde reden, maar niet Dat Koos een heleboel sushi gegeten heeft is op een bepaald tijdstip. En aansluitend daarop is ook de waar-vraag hier vreemd: Waar sushi? Naar mijn idee heeft dat te maken met het feit dat je ook moeilijk kunt zeggen: Dat Koos een heleboel sushi gegeten heeft is op een bepaalde plaats.

Je hebt dus in elk geval een soort samentrekkingsconstructie waarbij de vraag betrekking heeft op een contrast dat je in de zin uitspreekt tussen twee zaken. In een zin als Koos heeft gisteren sushi gegeten en vandaag pizza leg je een contrast tussen twee paren van tijd en gerecht (gisteren sushi en vandaag pizza) en dus kun je vragen wanneer sushi? Die constructie kan altijd, en met elk vraagwoord, als het goede contrast maar aanwezig is.

Bij de waarom-vraag is dat minder duidelijk. Je kunt natuurlijk die waarom-vraag ook bij zo’n contrast hebben, maar dat is niet verplicht. Het lijkt me  niet zo dat een zin als Koos heeft een heleboel sushi gegeten een contrast suggereert tussen de ene reden en sushi en een andere reden en een ander gerecht.

Een andere reageerder merkt nog op dat je met Waarom iets kunt bevragen dat door de spreker helemaal niet ter discussie wordt gesteld. Als de zin is Koos heeft niet alleen sushi BESTELD, maar ook GEGETEN, dan legt de spreker een contrast aan tussen bestellen en eten, maar de vraag kan dan best zijn Waarom sushi? Ik heb zelf de neiging om dan ook een contrastaccent op sushi te leggen, maar dat doet er misschien niet zoveel toe.

Die observatie kun je nog wel iets doortrekken: je kunt immers ook vragen Waarom Japans? of Waarom tijdens een congres? (als je weet dat het tijdens een congres plaatsvond, zelfs als dat niet gezegd is). En je kunt zelfs heel in het algemeen vragen Waarom dat? Ook hierin is waarom speciaal, want Waar dat? en Wanneer dat? zijn weer gekker.

Het lijkt er dus op dat de waarom-vraag kan voorkomen in een constructie die geen samentrekking betreft. Wat is dat dan wel voor een constructie? Het is wel verwant aan samentrekking, in die zin dat je achter Waarom een samentrekking-achtige constructie kunt plaatsen, ook als daar in de voorgaande zin geen pendanten van zijn. Op de zin Koos heeft een heleboel sushi gegeten kan ik me best de vraag voorstellen: Waarom tijdens een congres uitgerekend Japans?

Deze constructie is niet beperkt tot waarom. Je hebt hem ook bij het betekenisverwante hoezo? en je kunt hem ook zonder vraagwoord hebben: Tijdens een congres Japans? En hij komt voor in uitroepen, vergezeld van een versterkende uitroep: O jee, tijdens een congres Japans!

Ik denk dat het een soort modale predicatie betreft. Je bevraagt of becommentarieert de modaliteit (de waarschijnlijkheid of wenselijkheid) van wat er gezegd wordt, en daarbij kun je de modaliteit van elk element, of elke combinatie van elementen afzonderen. In de spreektaal kun je dat simpelweg te doen door die elementen naast elkaar te zetten. Zelfs in een nevenschikking: O jee, Japans, en dan ook nog tijdens een congres!

Nu hebben we ook een verklaring waarom het bij waarom wel werkt en bij wanneer en waar niet: dat zijn geen modale vragen. Die kunnen dus alleen met zo’n elliptisch vervolg voorkomen in een echte samentrekking, waarbij de pendanten letterlijk genoemd zijn.

Mooi hè, zo’n observatie tussendoor, in een interessante column, en dan ook nog eens met zo’n bevredigende analyse?

Peter-Arno Coppen

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.