Linda werkt bij een bank

Linda heeft theaterwetenschappen gestudeerd, probeert zoveel mogelijk vegetarisch te leven, woont alleen met twee poezen en is ‘ondanks de rechtse praatjes’ nog steeds geabonneerd op de Volkskrant. Welk van de onderstaande twee beschrijvingen is het waarschijnlijkst op Linda van toepassing?

  1. Ze werkt bij een bank.
  2. Ze werkt bij een bank en is lid van GroenLinks.

De meeste mensen kiezen voor de tweede beschrijving, maar dat is aantoonbaar onjuist: de kans dat ze alleen maar bij een bank werkt is per definitie groter dan de kans dat ze bij een bank werkt en ook nog lid is van GroenLinks: de eerste beschrijving gaat immers óók op als Linda lid is van die partij, net als wanneer ze zojuist haar lidmaatschap heeft opgezegd.

Verhaaltjes

Het opmerkelijke is: zelfs als je dit logisch begrijpt, blijft het moeilijk om je aan de indruk te onttrekken dat de tweede zin ‘eigenlijk’ meer het juiste antwoord is dan de eerste.

Het proefje is genomen uit het werk van de psycholoog Daniel Kahneman, die ooit de Nobelprijs voor de Economie won en wiens fascinerende boek Thinking, fast and slow in de winkel ligt. Een belangrijk deel van Kahnemans werk is bedoeld om aan te tonen dat mensen helemaal geen rationele agenten zijn, maar zich in hun keuzes door irrationele factoren laten leiden. In het Linda-verhaal kiest het onderbewuste sterk voor de tweede oplossing omdat het een coherenter verhaal geeft dan het eerste, zegt Kahneman.

Netjes

Kahneman weet veel over zowel psychologie als economie. Toch had hij met zijn belangstelling voor verhalen misschien nog iets kunnen leren — uit de taalwetenschap. Bijna al Kahnemans experimenten zijn, net als in het geval van Linda, gebaseerd op verhaaltjes. De proefpersonen kregen in woorden een situatie uitgelegd en moesten vervolgens een ook in woorden uitgelegde keuze maken. Kahneman gaat in het geheel niet in op de vraag of die verhaaltjesvorm van invloed zou kunnen zijn geweest op de uitkomsten van zijn onderzoek.

De beroemde taalfilosoof Paul Grice (1913-1988) stelde een aantal regels op die mensen onbewust hanteren in communicatie. Een van die regels zegt dat je niet meer zegt dan nodig is, en dat je tegelijkertijd alle relevante informatie geeft. Ook als je iets verzwijgt heeft dat een betekenis. Een beroemd voorbeeld: wanneer een hoogleraar in een aanbevelingsbrief voor een ex-student alleen schrijft dat die jongen ‘zo netjes schrijft’, dan wordt dat als een negatieve kwalificatie gezien, ook al is er niets tegen netjes schrijven. Dat alleen dit ene feit gemeld wordt, terwijl je in een aanbevelingsbrief je best doet de beste eigenschappen te noemen, betekent kennelijk: er is eigenlijk niets écht positiefs te melden.

All there is

Zo zit het ook bij Linda. Het werken bij een bank is gevoelsmatig in tegenspraak met haar andere eigenschappen. Door er verder niets over te zeggen, terwijl je wel de mogelijkheid hebt om dat wel te doen, zoals in de tweede zin, bedoel je: Linda werkt bij een bank en is géén lid van GroenLinks.

Kahneman noemt het what you see is all there is: het menselijk brein neemt aan dat hetgene dat toevallig geboden wordt in de omgeving het enige is wat ertoe doet. Taalkundigen noemen dat de maximen van Grice. Misschien had Grice misschien ook wel een Nobelprijs voor de Economie verdiend.

Ik plaatste hier een minirecensie van Kahnemans boek.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.