Face rijmt op reet. En wat doet de regering?

Foto: FaceMePLS

Waarom maakt iedereen zich zo druk over de centjes, terwijl er een waar maatschappelijk debat is losgebarsten over een van de ankers van de Nederlandse cultuur? Over een onderwerp waar iedere Nederlander een mening over heeft, omdat hij er minstens één keer per jaar aan moet geloven — het rijm. Voor- en tegenstanders roeren zich en schrijven felle pamfletten om hun standpunt te verdedigen. De samenleving dreigt gespleten te raken — waar moet dat heen met onze cultuur? En dat in de boekenweek!

Waar gaat het om? In december publiceerde Hugo Brandt Corstius een geruchtmakend pamflet, getiteld Rijmlijm, waarin hij fel tekeer ging tegen dichters die rijmen. En nu verscheen onlangs een nieuw boek van Kees van Kooten, Harstochtjes, waarin een opstel staat dat, jawel, Lijmrijm, heet en waarin deze doorgaans zo beminnelijke cabaretier tekeer gaat tegen het ‘verkeerde rijm’:

Je mag het natuurlijk niet zeggen, maar ik denk wel eens dat het grote afglijden is begonnen bij Martinus Nijhoff, toen deze in de eerste terzine van zijn befaamde sonnet ‘Impasse’ in 1935 dichtte:

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelraam.

‘Impasse’ gaat nota bene over dichten en dan laat Nijhoff ‘aan’ op ‘raam’ rijmen!

En zo gaat Van Kooten nog pagina’s door, een en al woede over wie het bestaat om in het openbaar dom op komt te laten rijmen en liefde op liedje.

Hoe moet dat nu? Wanneer twee van de grootste taalbeschouwers van onze tijd zulke radicaal verschillende posities innemen over het nationaal erfgoed! Ondertussen schrijft de jeugd dan ook nog eens allerlei teksten die verkeerd rijmen en daardoor de toorn van zowel Brandt Corstius als Van Kooten opwekken. Op nummer 1 van de Nederlandstalige Top-10 staat deze week Gert Pardoel met ‘Bagagedrager’:

Maar ik denk dat het ligt aan je mooie face,
aan die mooie en o zo grote reet
En ik hoop dat je past op mn bagagedrager,
want ik heb een nieuwe fiets, ik ben een garagemaker

Je kunt er dan als geleerde op wijzen dat de [s] in face en de [t] in reet allebei tandklanken zijn en dus op elkaar lijken, zoals de g en de k waarschijnlijk niet toevallig met de achterkant van de tong gemaakt worden. Maar die geleerde houdt zijn mond maar! De bandeloze jeugd die alsof het niets is face op reet laat rijmen! Hier hebben we een ware crisis te pakken. En wat doet de regering? Die zit maar wat te vergaderen over de centjes.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

5 reacties op Face rijmt op reet. En wat doet de regering?

  1. Alex schreef:

    Totaal irrelevant, maar moet 'garagemaker' niet 'ragemaker' zijn?

  2. Alex schreef:

    Iets later in het lied zingt Gers ‘ik zet die trend’, waarmee hij m.i. aan de eerder bezongen rage – en niet garage – refereert. Althans, dat is mijn interpretatie. Ik zie op het internet dat anderen ‘ik zet die track’ in het liedje horen. Nu zet je volgens mij een trend en niet een track. Die zet je op. Maar misschien is het weglaten van een voorzetsel – onder het motto ‘maar dat boeit me ook helemaal niets’ – wel gewoon heel cool, net als reet rijmen op face…

  3. janienbenaets schreef:

    In de literatuurles plachten wij in het hoofdstuk Rijm te spreken van 'assonanties' voor dat 'geëcho' van klanken zoals in de voorbeelden alhier: 'dom' op 'komt', of 'aan' op 'raam'.

    Rijk aan rijm! Wat een geweldig leerrijk stuk is dit alweer! De literatuurleraar van tegenwoordig moet geen les meer geven. De klas leert gewoon eigentijds rijmen via Neder-L. Zo klaar als een klontje. En klaar is Kees!

Reacties zijn gesloten.