Een vriendin die meeuwpje zegt

Foto: Ebelien

Wie wil er geen vriendin die meeuwpje zegt? Ik had eerder deze week de p nog niet tot de saaiste medeklinker van het Nederlands uitgeroepen of de weetjes en feitjes buitelden binnen. Het interessantst vond ik wat Marcel Plaatsman via Twitter meldde:

M’n vriendin zegt dingen als “mouwpje”.

Navraag leerde dat Plaatsmans vriendin uit Mechelen komt, en dat ze ook meeuwpje en duwpje zegt.

In de dialectdatabases van het Meertens Instituut komt de vorm mouwpje niet voor. In de buurt van Mechelen zegt men mouwke of iets wat daarop lijkt. Via Google vinden we de vorm wel; voor zover valt na te gaan vooral in teksten van Vlamingen.

Het is ook een logische vorm. De uitgang –pje wordt in het Nederlands gekozen na woorden die eindigen op een lange klinker en dan een lipklank: raampje en, als je het zo wil zien, snoep-pje (in het Nederlands wordt een dubbele p altijd als één p uitgesproken en in dit geval ook geschreven). Dat is ook niet onlogisch want de p aan het begin van pje is zelf een lipklank: de overgang tussen stam raam en de uitgang pje verloopt daarom zo soepel mogelijk.

De w aan het eind van mouw, meeuw en duw is ook een lipklank, zeker zoals men hem in Vlaanderen uitspreekt: met geronde lippen (in Nederland maakt men hem met de onderlip op de boventanden). Dus is het niet zo vreemd dat men, bij de overgang van dialect naar standaardtaal gekozen heeft voor de ‘regelmatige’ pje-vorm, in plaats van de tje die men elders in het standaard-Nederlands hanteert.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

8 reacties op Een vriendin die meeuwpje zegt

  1. Anoniem schreef:

    Nederlandse w met de bovenlip op de ondertanden….lukt mij niet. Wel met mijn boventanden op mijn onderlip.

  2. Oei! Je hebt gelijk, natuurlijk. Ik heb het verbeterd. (Het *lukt* me overigens wel, maar het klinkt heel vreemd.)

  3. Marcel Hooijkaas schreef:

    Als je nu gewoon de standaardtermen labiodentaal en bilabiaal gebruikt, krijg je dat soort vergissingen niet …

  4. Ha! Ja, inderdaad, waarom zo ingewikkeld doen met van die omschrijvingen, terwijl het ook in één woord kan.

  5. Bas Jongenelen schreef:

    Waarom zou labiodentaal niet met bovenlip op ondertanden kunnen zijn? Bij sublabiosuperdentaal is er geen twijfel mogelijk.

  6. Frans Daems schreef:

    Zouden vormen als meeuwpje, duwpje, mouwpje niet puur idiolect van één persoon zijn? Ik woon al 40 jaar in, de buurt van Mechelen en heb zoiets nog nooit gehoord. Wel Brabantse vormen: meeuwke, duwke, mouwke.

  7. Google vindt voor 'mouwpje' tamelijk veel vindplaatsen, en ook voor 'duwpje' en 'meeuwpje' nog aardig wat. Voor zover te determineren gaat het altijd over Vlaamse schrijvers, en het is onwaarschijnlijk dat het één persoon betreft.

    Dat alles wil natuurlijk niet zeggen dat het een veel voorkomend verschijnsel is. Misschien is het een kleine groep die het doet, misschien is het een slechts af en toe voorkomende 'fout'.

  8. Marcel Hooijkaas schreef:

    "Labiodentaal" is nu eenmaal een vaststaande taalkundige term. Neem bijvoorbeeld de Van Dale: "met de onderlip en de boventanden gevormde medeklinker".

Reacties zijn gesloten.