De slimste man van Nederland maakt taalfout!

Men zoemde dit weekeinde op Twitter: Robbert Dijkgraaf heeft een fout gemaakt! De slimste man van Nederland schreef in zijn column in NRC Handelsblad:

– Die factor 1200 in veiligheid tussen trein en motor zou men toch gemakkelijk tot een fan van het openbaar vervoer maken.

In die zin gebruikte Dijkgraaf men als lijdend voorwerp, en normaal gesproken mag dat niet, zegt bijvoorbeeld de ANS en vermoedelijk ook het taalgevoel van de meeste Nederlandstaligen: wij zien men klinkt heel raar, men ziet ons niet.

Een andere men op Twitter merkte echter al snel op:

‘Men’ zowel lijd. voorw. bij ‘maken’ als onderwerp bij ‘tot fan.’

Die opmerking verdient iets meer uitleg dan er mogelijk is in zo’n tweet. Hij veronderstelt namelijk iets dat in sommige, gevorderde aan de universiteit bestudeerde visies op grammatica wel gebruikelijk is, maar niet in die van de middelbare school — dat er in een zin nog kleine zinnetjes verborgen kunnen zitten met een onderwerp en een gezegde. In dit geval zou men dus het onderwerp zijn bij ‘(tot) een fan’, omdat ‘men is een fan’ een molecuultje is in de zin: het resultaat van de handeling is dat men een fan is. (De fout is mogelijk ontstaan doordat Dijkgraf eerst zoiets schreef als ‘Door de factor 1200 zou men tot een fan van het openbaar vervoer worden’ en daar later nog iets aan sleutelde.)

Ik geloof dat ook een rol speelt dat zou wel in de juiste vorm staat waardoor men bij een beetje onnauwkeurig lezen wel het onderwerp van de zin zou kunnen zijn. Je weet het nooit zeker, maar ik vermoed dat de volgende zin niet zo snel aan Dijkgraafs pen zou zijn ontsnapt, omdat je nu eenmaal niet kunt zeggen ‘men maak’:

– Ik maak men tot een fan van het openbaar vervoer.

Aan de andere kant kan ‘men’ meestal toch niet het onderwerp zijn van dit soort minizinnetjes als ze tegelijkertijd ergens anders het lijdend voorwerp zijn:

Ik zie men dansen. [uitgesloten] (ik zie dat men danst is wel goed)

Waaróm je men niet als onderwerp kunt gebruiken, is onduidelijk; althans, ik heb er nog nooit een aannemelijke verklaring voor gehoord. Soortgelijke onpersoonlijke voornaamwoorden in bijvoorbeeld het Engels en het Frans zijn ook aan die positie gebonden. Je kunt niet zeggen ‘I see one’ of ‘Je vois on’. Het bijna-synoniem je heeft de beperking niet en in de streamer van het artikel van de NRC staat dan ook:

– De trein is 1200 keer veiliger dan de motor. Dat maakt je tot een fan van het openbaar vervoer.

Maar misschien is er dus nu iets aan het schuiven. De zin is Dijkgraaf niet opgevallen en zijn redacteuren ook niet. Zelfs Twitter blijkt verdeeld. Straks wordt men gebruikt door men allemaal.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.

7 reacties op De slimste man van Nederland maakt taalfout!

  1. Gaston Dorren (@taaljournalist op Twitter) wijst erop dat je in het Engels in dit soort minizinnen wel kunt zeggen:

    – This would make one into a fan.

    Dat zou Dijkgraafs vergissing kunnen verklaren. Hij verhuist binnenkort naar Princeton, in de VS, en denkt nu al in het Engels.

  2. Gaston schreef:

    In het Duits wordt 'man' in de derde en vierde naamval zelfs standaard vervangen door 'einem' resp. 'einen'. Een voorbeeld is de vaste uitdrukking 'Was man nicht weiß,macht einen nicht heiß' (wat niet weet, wat niet deert). Maar ook buiten uitdrukkingen is het gangbaar.

  3. Hanneke van Hoof schreef:

    Zoals ik als 'andere men op Twitter' al zei, vond ik de zin van Robert Dijkgraaf niet slecht klinken en zag ik in de ANS dat hij in het standaard Nederlands eigenlijk niet zou moeten kunnen voorkomen. Waarom is dat (voor mij) dan toch zo? Mijn eerste reactie was: 'men' is weliswaar geen onderwerp van het hoofdpredicaat, maar wel een onderwerp van het ingebedde predicaat. Maar daarna kwamen ook tegenvoorbeelden bij me op, zoals hierboven door Marc genoemd, want het is zeker niet zo dat alle zinnen waarin 'men' als lijdend voorwerp van het hoofdpredicaat en tegelijkertijd als onderwerp van het ingebedde predicaat fungeert voor mij grammaticaal zijn. Daarna kwam ik ook op de gedachte dat het misschien aan de aanwezigheid van 'zou' (dat in getal overeenkomt met 'men') in deze zin zou moeten liggen, maar deze gedachte heb ik dan toch verworpen. De volgende zinnen vond ik namelijk niet zo slecht:

    Deze factoren maken men tot een fan van het openbaar vervoer.
    Deze factoren kunnen men tot een fan van het openbaar vervoer maken.

    In deze zinnen staat de persoonsvorm in het meervoud en er kan dus geen schijnbare congruentie ontstaan tussen de persoonsoonsvorm en 'men'. Er schoten me nog een paar andere zinnen te binnen, die voor mij niet zo slecht klonken:

    Dit laat men niet onberoerd.
    Dit gaat men niet in de koude kleren zitten.

    Dus bleef ik bij mijn eerste hypothese en plaatste mijn reactie op Gastons tweet. Het valt me verder op dat het onderwerp van het hoofdpredicaat van de door mij goedgekeurde zinnen onpersoonlijk is en contrastief (bijv. 'deze/die factor(en)' , 'dit/dat'). Dit is ook het geval in de Engelse zinnen die Gaston noemde: "This would make one into a fan" of "This forces one to reconsider".

    Omdat “verba sentiendi” (werkwoorden zoals 'zien, horen, voelen') graag personen van vlees en bloed als onderwerp hebben, kunnen we volgens deze gedachtegang ook geen 'men' in hun beknopte bijzin verwachten.

    Wellicht dat mijn gevoel voor de standaardtaal door mijn Tilburgse oma bedorven is, die te zeggen placht "Dit doet men deugd!", maar wie weet, staan de haakjes in de ANS er ook niet voor niets:

    Het voornaamwoord men wordt alleen gebruikt als onderwerp van een zin (gecombineerd met een enkelvoudige persoonsvorm) en behoort voornamelijk tot formele taal [ANS 5-2-9-2].

    omdat voor een klein, select deel van de Nederlandse taalgebruikers 'men' geen bijbehorende, enkelvoudige persoonsvorm vereist.

  4. Jaap Engelsman schreef:

    Nancy Mitford voert in 'Love in a Cold Climate' (1949, dl. 2, hst. 3) de zeer geaffecteerde, excentrieke, van zichzelf vervulde Cedric Hampton ten tonele, die frequent over zichzelf spreekt als 'One', bijvoorbeeld in: 'The frivolity of the Germans terrifies even One.' ('One' gecursiveerd.)

  5. Anoniem schreef:

    Als ik dit alles zo lees, heb ik angst dan ik langzamerhand mijn gevoel voor de ontwikkelingen in de Nederlandse taal verlies. Voor mij is -men- in de aangehaalde zin toch echt niet correct. Vooral de reacties van lezers hierbij verbazen me soms.

  6. Anoniem schreef:

    Het is een barbarisme van hetzelfde slag als "de dag die je wist dat zou komen". Bovendien is "men" ambtelijke taal die niet in gesproken alledaags Nederlands thuishoort.

  7. Anoniem schreef:

    Ik heb geleerd dat "men" alleen onderwerp kan zijn en dat er een derde persoon enkelvoud bij hoort.

Reacties zijn gesloten.