Het nieuwe ‘lijkt’

Dit weekeinde werd er wel even gejuicht op de Neder-L-burelen (normaal gesproken een plaats voor stille contemplatie) toen de nieuwe column van Peter Middendorp op de website van de Volkskrant verscheen.

Middendorp is de beste stilist onder de Nederlandse parlementaire verslaggevers. Deze keer schreef hij eindelijk iets op in een officiële bron dat we al heel lang om ons heen horen en in informele mails ook wel lezen, maar dat ons nog nooit in een krant of boek was opgevallen (het stukje gaat over het Limburgse Statenlid Cor Bosman, ex-PVV’er):

– Nu loopt hij breedgeschouderd door de smalle buurtsuperpaadjes. Een aanvallend type, lijkt. Grote, open handen.

Buurtsuperpaadjes is natuurlijk al een prachtig woord, maar het gaat me nu om dat lijkt, een sterk ingekort bijzinnetje dat zoveel betekent als ‘zo lijkt het’.

Hoe oud is het? Is dit inderdaad een van de eerste vindplaatsen? Het is moeilijk te achterhalen omdat Google het vertikt om op leestekens te letten (misschien is er een Neder-L-lezer die daar een truc op weet?)

Ik weet in ieder geval zeker dat ik de vorm al een tijdje ken. Het gaat daarbij dus om sterk verkorte vormen van een soort tussenzinnetjes die zelf ook al verkort lijken te zijn:

– Dat is, denk (ik), een goed plan.
– Ze gaan daar, (zo) blijkt, nooit naar toe.
– Jansen kan zich daar niet in vinden, schijnt.

Geen idee hoe het precies in elkaar zit, maar het lijkt wel dat je het onderwerp alleen weglaat als het qua klank toch al bijna samenvalt met het einde van het werkwoord: ik (‘k) valt weg na een werkwoord dat eindigt op een k (denk). Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen:

– Dat is, vind, een goed plan. [uitgesloten]

Ook valt het onderwerp ‘t waarschijnlijk niet toevallig weg na schijnt, lijkt en blijkt. Maar dat het niet alleen maar een vreemde samensmelting in de uitspraak is, dat ook de zinsbouw ertoe doet, blijkt uit het feit dat je het werkwoord en het onderwerp alleen kunt samentrekken in dit soort tussenzinnetjes:

– Daar denk anders over. [uitgesloten]
– Dat aanvallend type lijkt leuk om mee te gaan. [uitgesloten]

Wonderlijk: er zit allerlei regelmaat in en het is nog nooit iemand opgevallen. Kijk, daar juichen wij dus om.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

5 reacties op Het nieuwe ‘lijkt’

  1. Reinier Post schreef:

    Het 'het' erachter is verkort en vervolgens weggevallen, lijkt het.

  2. Ronny Booogaart schreef:

    Nou ja, nooit iemand opgevallen. Timothy Colleman (Gent) doet onderzoek naar dit gebruik van 'schijnt', schijnt.

  3. Henk schreef:

    Dit gebruik van "denk" is in het Fries al veel ouder. In het Frysk Wurdboek (1985) staat bij het lemma 'waarschijnlijk' de volgende voorbeeldzin:

    Hij komt waarschijnlijk om drie uur, hy komt nei alle gedachten om trije oere, hy komt tink om trije oere, hy om trije oere tink.

    Het Wurdboek fan de Fryske Taal (WFT) heeft 'tink' zelfs als apart lemma, met de betekenissen:
    1. denk ik, vermoed ik; waarschijnlijk, vermoedelijk.
    2. zeker (geringschattend om aan te duiden dat men het genoemde niet serieus neemt).

    De voorbeeldzinnen in het WFT dateren deels uit de 19e eeuw, bijvoorbeeld: "Hwet docht se dêr? Wypkje. De sé bisjen, tink" dateert uit 1881.

  4. Wat interessant! Dank je wel.

Reacties zijn gesloten.