Col: Linguïstisch Miniatuurtje CLII: Niet aan beginnen (met nieuwe grammar feud!)

 Als ik voor een groep docenten sta, zoals gisteren, dan doe ik tegenwoordig altijd een kunstje. Ik vraag iemand uit een willekeurige tekst (liefst een boek of een krant, iets “normaals” zal ik maar zeggen) een willekeurige bladzijde op te slaan, en daar de vijfde zin uit voor te lezen. Vervolgens stel ik daar een vraag over op het gebied van de traditionele zinsontleding (woordsoorten of zinsdelen), waar gegarandeerd discussie over ontstaat. 

Ik doe dat nu drie jaar, en ik ben nog nooit een zin tegengekomen waar het niet lukte. De frequentie van grammaticaal onproblematische zinnen is schrikbarend laag. 

Betekent dit dat zinsontleding een onmogelijke taak is? Natuurlijk niet: je kunt in taal vrij veel met zekerheid aanwijzen. Het punt is alleen dat de gangbare grammaticadidactiek suggereert dat overal oplossingen voor bestaan. En dat is niet zo. Vaak zijn er meer analyses te verdedigen, of je hebt een complex afwegingsproces. Een soort natuurlijke grammar feud.

Welke zin had ik gisteren? Ze voelde zich nerveus en woedend, en begon te zweten. Nou is tegenwoordig de ontleding van de bepaling van gesteldheid al vaak een discussiepunt, maar er zit een veel aardiger dingetje in de zin. Bijna een kant en klare grammar feud. Daarom:

Grammar feudkwestie: wat is de woordsoort van begon in de zin Ze begon te zweten? Is dat een zelfstandig werkwoord of een hulpwerkwoord?

Dit zijn de stellingen die je mag gebruiken:

  1. De betekenis van begon is alleen maar het zogeheten beginaspect (officieel het inchoatieve aspect). Daarom is het een hulpwerkwoord van aspect.
  2. In de officiële grammatica’s (zoals die van M.C. van den Toorn) staat beginnen niet in het rijtje van hulpwerkwoorden van aspect.
  3. De woordgroep begon te zweten is een werkwoordelijke groep, waarin zweten het zelfstandige werkwoord is.
  4. In de zinnen Ze begon iets, Ze begon aan iets en Ze begon met iets is begon een zelfstandig werkwoord.
  5. De voltooide tijd is Ze is begonnen te zweten. Daar is begonnen een voltooid deelwoord en kan het dus geen hulpwerkwoord zijn.
  6. Als je beginnen een hulpwerkwoord noemt moet je ophouden eigenlijk ook hulpwerkwoord noemen.
  7. In België zegt men ook wel Ze is beginnen zweten (ook zonder te). Daar is beginnen een hulpwerkwoord.
  8. Zelfstandige werkwoorden kunnen ook in de vorm van een vervangende infinitief optreden, zoals Ze heeft menen te moeten zweten.
  9. Je kunt er geen ander hulpwerkwoord van aspect bij zetten, zoals ze begon te gaan zweten. Dus beginnen is zelf het hulpwerkwoord van aspect.
  10. In de bijzinsvolgorde krijg je …toen zij begon te zweten, en kun je niet krijgen …toen zij te zweten begon. Bij hulpwerkwoorden kan de persoonsvorm in de bijzin altijd achteraan staan.
  11. Als begon een zelfstandig werkwoord zou zijn, dan moet je te zweten analyseren als een beknopte bijzin. Dat is veel te ingewikkeld (Ockhams Scheermes).
  12. In ze begon te zweten kan te zweten geen beknopte bijzin zijn, want er kan geen voegwoord om bij.

Niet vergeten: eerst alle stellingen beoordelen op waarheidsgehalte en relevantie. Dan pas afwegen. Veel speelplezier!

 

Peter-Arno Coppen

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.