Argumentum ad phantasmam

Soms komt er opeens uit het niets een geheel nieuw soort onzinnig argument bij.

Drogredenen – argumenten die in een discussie naar voren worden gebracht zonder dat ze de stelling van de spreker ondersteunen – bestaan al sinds onheugelijke tijden. Er zijn ook hele lijsten van met indrukwekkende, vaak Latijnse namen: het argumentum ad hominem (jij zegt het en jij bent een leugenaar, dus is het onwaar), het argumentum ad autoritatem (ik zeg het en ik ben de baas, dus is het waar) en het post hoc ergo propter hoc (A gebeurde na B, dus is B de oorzaak van A), enzovoort.

Je zou denken dat er niets meer aan zo’n klassieke lijst kan worden toegevoegd, maar soms komt er toch ineens weer een drogreden bij die zo absurd is dat hij de tegenstander alleen al daarom alle argumenten uit handen slaat.

NRC Handelsblad presenteerde gisteren een gloednieuwe drogreden, het spookargument (argumentum ad phantasmam). Het gaat hier om een variant van het argumentum ad hominem met een interessante draai: omdat je niets weet over je tegenstander, bedenk je allerlei eigenschappen die deze zou kunnen hebben en die hem in dat geval verdacht zouden maken. Dat je die eigenschappen ter plekke verzint, daar maak je vooral geen geheim van.

Drie karakteristieken

Het argumentum ad phantasmam is een uitkomst voor iedere polemist die geen zin heeft om iets uit te zoeken. Je zegt bijvoorbeeld: ‘ja, maar ik denk dat je daarnet lelijk op de korrel bent genomen door een gnoe, dus kun je niet zo helder meer denken’. Of: ‘in mijn dromen maak jij deel uit van een wereldwijd complot van in een boerenkiel gehulde verkopers van ratelslangen’. Of: ‘ik heb zojuist bedacht dat jouw goeroe vanachter zijn morsige paarse baard jou de opdracht heeft gegeven de beschaving te vernietigen’.

Gerrit Komrij liet gisteren enkele voorbeelden zien van de nieuwe techniek in zijn column over Francisco van Jole. (Hier staat een reactie van Francisco van Jole op Komrijs stuk. ) Van Jole had Komrijs wrevel gewekt omdat hij het bestaan had om in een artikel op Joop.nl te beweren dat het papieren boek binnenkort zou verdwijnen ten gunste van het e-boek en dat hijzelf alvast tachtig procent van zijn boeken de deur had uitgedaan.

Als ik het goed zie, heeft Komrij twee argumenten tegen Van Jole en allebei zijn ze expliciet gebaseerd op gefantaseerde eigenschappen van zijn tegenstander. De eerste is dat Komrij vermoedt dat zijn tegenstander niet veel boeken leest:

Ik zou met gemak drie karakterschetsen van Francisco van Jole kunnen geven. Maar nooit, nee nooit heb ik hem geassocieerd met iets wat naar boeken zweemde of met enige liefde voor de literatuur. (…) Het wegdoen van een bibliotheek door iemand die duidelijk nooit iets van belang heeft gelezen (…) is een loos gebaar

Met andere woorden, alleen mensen die door Komrij ‘geassocieerd’ worden met ‘iets wat naar boeken zweemt’ hebben het recht zich te uiten over deze kwestie. Het argument is effectief omdat het een gelaagde drogreden is. In de eerste plaats zou het argument een argumentum ad hominem zijn om iemand buiten te sluiten omdat hij ‘duidelijk nooit iets van belang gelezen heeft’, maar in de tweede plaats wordt er geen enkele poging gedaan om dat laatste aan te tonen. Komrij denkt alleen maar dat het zo is. Misschien leest de internetjournalist in zijn vrije tijd wel iedere avond een smaakvolle dichtbundel, maar dat doet niet terzake. (Interessant is natuurlijk ook dat zinnetje over die ‘drie karakterschetsen’ dat verder volkomen in de lucht blijft hangen: waar zou Komrij die schetsen, ongetwijfeld alle drie volkomen verschillend, op baseren?)

Inwendig gelukspeil

Vervolgens dicht Komrij zijn tegenstander ook een oneigenlijk motief voor om zijn boeken naar de antiquaar te brengen. En ook dat motief is geheel en al verzonnen:

Hoe oud zou Francisco van Jole zijn? Er bestaan, gezien zijn indrukwekkende internetverleden, slechts twee mogelijkheden. Hij is op de leeftijd dat zijn vrouw al flink is veraardappeld of hij is op de leeftijd dat hij met een jongere meid heeft aangepapt. In het eerste geval is hij eindelijk gezwicht, moegebeukt door het huiselijk gezeur dat die boekvormige stofnesten de deur uit moeten. In het tweede geval heeft het jonge gansje in de Viva gelezen dat urenlang turen naar een witte wand leidt tot een drastische verhoging van haar inwendige gelukspeil. Wie is Francisco om zijn gansje een kale muur te misgunnen?

Met andere woorden: geen idee wat Van Joles privé-situatie is, maar het zal zijn vrouw wel zijn geweest (en een vriendin van Van Jole zal wel de Viva lezen). Ook daar geldt weer: zelfs al had Van Jole zich door zijn vrouw laten verleiden, dan was het nog irrelevant; maar het kan Komrij niet eens schelen of Van Jole een vrouw heeft.

Volgens Komrij is er sprake van een ‘oorlog van lezers tegen niet-lezers’. In die oorlog zijn kennelijk alle middelen geoorloofd — inclusief voor het gemak maar even aannemen dat je tegenstander wel een vriendin zal hebben die de Viva leest.

Er is enige discussie over deze column op de website De Contrabas.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

4 reacties op Argumentum ad phantasmam

  1. Adriaan Krabbendam schreef:

    komt me bekend voor

  2. Anoniem schreef:

    Wie Komrij aanvalt op de drogredenen in zijn columns heeft er weinig van begrepen.

  3. Anoniem schreef:

    'alle middelen veroorloofd' – moet het niet zijn 'geoorloofd' ?

  4. Gert Haverkate schreef:

    Bij de verklaring van "post hoc ergo propter hoc" is er iets niet goed gegaan. MvO bedoelde ongetwijfeld: "B gebeurde na A, dus A is de oorzaak van B".

Reacties zijn gesloten.