Col: Hoe uw taal gaat veranderen

Weet je wat, ik ga eens wat voorspellen over het Nederlands in 2012. Nu, aan het begin van het jaar, spreekt u het jaartal aan het eind van de vorige zin in uw hoofd nog uit als ‘tweeduizendtwaalf’. Straks, voor de volgende oudejaarsavond, zal dat voor velen van u niet meer gelden. Die horen dan ‘twintig-twaalf’. Allerlei stagiaires die bij radioprogramma’s werken zullen in de loop van dit jaar telefonisch contact zoeken met deskundigen. Die deskundigen bestaan eigenlijk niet, er is niemand die hier echt onderzoek naar doet, maar er zal allicht iemand ijdel genoeg zijn om toch naar het mediapark af te reizen om daar te zeggen waar het aan ligt: aan de invloed van het Engels.

Nu is het grappige dat het op dit moment nog niet zo is dat alle Engelstaligen ‘twenty twelve’ zeggen; er zijn er ook veel die ‘two thousand and twelve’ zeggen, en nog weer anderen die het niet zo precies weten. Maar er zijn aanwijzingen genoeg dat deze kwestie binnenkort in het Engelse taalgebied zal zijn vastgelegd, zo legde de lezenswaardige Amerikaamse taalcolumnist Ben Zimmer eerder deze week uit. Er komen namelijk twee evenementen aan waarvan de organisatoren er allebei voor gekozen hebben voor de vorm met ‘twenty’: de Olympische Spelen in Londen en de Amerikaanse presidentsverkiezingen, of in ieder geval het campagneteam van president Obama. Deze zullen de boodschap met twenty met zoveel kracht de wereld inslingeren, dat mensen het vanzelf gaan overnemen.

De kwestie heeft daarna alles in zich om door in ieder geval sommige Nederlandstaligen te worden overgenomen. Beide evenementen zullen ook bij ons lange tijd onderwerp van gesprek zijn. Men zal ook voor het Nederlands een logica ontdekken om het op deze manier te doen: zeiden we honderd jaar geleden niet ook ‘negentien-twaalf’ in plaats van of naast ‘negentienhonderd-twaalf’. De taaladviseurs zullen erover vergaderen en concluderen dat er niets tegen deze uitspraakvorm is. En zo komt op zeker moment iemand tot de conclusie dat er iets veranderd is. Vervolgens gaat de nieuwe vorm in enkele jaren tijd zijn opgang maken. Men gaat deze opgang toeschrijven aan de sociale media, aan het gebrekkige rekenonderwijs, enz. De kwestie gaat een taalergernis worden. Over veertig jaar zul je op internet nog mensen kunnen vinden die zich ergeren aan deze onlogische, vage, overdreven, slordige, anglicistische uitspraak.

Dan vindt op zeker moment iemand dit stukje terug in de archieven van Neder-L en men zal concluderen dat het allemaal mijn schuld is. Want ik zag het aankomen en schreef er alleen een ironisch stukje over, zonder er iets aan te doen.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.