Col: De gewone taalgebruiker is lief

Wat vindt de gewone taalgebruiker van taal? Peter-Arno Coppen, mijn collega hier op Neder-L, lijkt te denken dat het een verschrikkelijke zuurpruim is, iemand die zich de hele dag ergert aan hoe andere mensen praten en vooral bezig is met taalfouten op te sporen om daar groen en geel over te worden. Op onze eigen Neder-L-pagina’s verweet Coppen me gisteren dat ik me niet voldoende verplaats in dat soort nare zeurkousen.

 Met dat laatste heeft hij gelijk. Ik vind in het algemeen dat een mens moet proberen zich zo min mogelijk te ergeren en dat als hem dat onverhoopt toch overkomt, dat hij daar andere mensen niet mee moet lastigvallen, en dat hij al helemaal niet die andere mensen de schuld moet geven van zijn slechte humeur. En ik vind dat je om een prettig leven te leiden, je het best kunt verre kunt houden van mensen die zich niet kunnen beheersen en toch over gedrag klagen dat niemand kwaad doet.

Taalgebruik wordt wel vergeleken met kleding: twee manieren van jezelf presenteren aan je medemens. U zeggen is net zoiets als een stropdas dragen, hun hebben is hetzelfde als een slobberige broek. Ik denk dat die vergelijking heel ver opgaat, en dat voor kleding en taalgebruik geldt dat het nuttig is om verschillende codes te kennen. Je verschijnt niet op een schoolfeest in een al te nette broek, en niet op een sollicitatiegesprek in bikini, en soortgelijke ongeschreven regels gelden er ook voor taal. Maar voor mensen die de hele tijd commentaar hebben op de ‘onverzorgde’ kleding van hun medemens  en zich ergeren aan witte sokken of slechtgeknoopte dassen, heb ik geen geduld. Ik heb ook geen behoefte om met die mensen in discussie te treden, laat staan om me in hun belevingswereld te verplaatsen.

Gelukkig is dat soort mensen, maar mijn vaste overtuiging, in de minderheid. En gelukkig geldt dat voor de taal net zo goed als voor kleding. Want daar vergist Coppen zich volgens mij: de gewone taalgebruiker zit helemaal niet vol ergernis. Die rijgt dag in dag uit woorden aan elkaar tot spiksplinternieuwe zinnen, verspreidt mooie nieuwe woorden, verbaast zich soms over een uitspraak die hij nog nooit eerder gehoord heeft en heeft zich helaas soms door de schoolmeesters laten aanpraten dat wat hij zegt ‘incorrect’ is.

Dat zijn de mensen die me interesseren, en die ik graag wil beschermen tegen de ergeraars en de mopperaars en de betweters en de correctoren, waarvan Coppen zo graag wil dat ik me in hen verplaats.

Peter-Arno wijst er in zijn blogpost volkomen terecht op dat het niet zo elegant is als columnisten eindeloze discussies voeren op hetzelfde weblog. Ook ik laat het hier dus bij. Lang leve de regels die je eenmaal overtreedt!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.