Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLIV: Grammar feud, the sequel

Wie heeft er vandaag zin in een potje grammarfeuden? Het is tenslotte nog kerstvakantie, dus we hebben alle tijd van de wereld. Zoals beloofd vandaag een controversiële kwestie, en wel de kwestie die nu bijna twee jaar geleden de gemoederen bezig hield: de hunhebben-controverse. Maar voor deze gelegenheid giet ik ‘m in een grammarfeud-jasje. Voor wie de regels van Grammar feud gisteren gemist heeft (bijna niet voor te stellen), zie eerst hier.

Voor de goede orde wil ik er vooraf wel bij opmerken dat het bepaald niet mijn bedoeling is om nu op slinkse wijze een van de standpunten in de discussie te bevoordelen. Of je er nu voor kiest om hun hebben goed of fout te vinden, of wel of niet te gebruiken, dat respecteer ik allemaal, en daar kun je goede redenen voor hebben. Wat zeg ik, ik vind een persoonlijke voorkeur al een goede reden. De kwestiekaart stelt een vraag die bovendien maar deels aan de controverse raakt, want welk antwoord je ook kiest, dat hoeft nog geen reden zijn om je taalgebruik aan te passen.

Dit is de kwestiekaart:

Grammar feud kwestie: Het Nederlands kent een ingewikkeld systeem van voornaamwoorden en zinsdeelfuncties. Het voornaamwoord ik kun je alleen als onderwerp gebruiken en mijn is alleen bezittelijk voornaamwoord. Mij en me gebruik je als voorwerp en achter voorzetsels. Voor sommige andere voornaamwoorden ligt het eenvoudiger (jullie kun je in alle posities gebruiken), voor andere ingewikkelder. In deze kwestie gaat het om het voornaamwoord hun. We zetten twee systemen naast elkaar. Systeem A zegt dat je hun mag gebruiken als bezittelijk voornaamwoord (hun schoenen), en als meewerkend voorwerp (hun iets aanbieden), maar niet als dat meewerkend voorwerp een voorzetsel heeft (dus niet aan hun iets aanbieden), en ook niet achter andere voorzetsels (niet bij hun in de klas) of als lijdend voorwerp (ook niet hun iets laten doen). Systeem B zegt dat je hun in alle functies, maar alleen voor personen, mag gebruiken (hun schoenen, hun iets aanbieden, aan hun iets aanbieden, bij hun in de klas en hun iets laten doen). Net als jullie dus. De kwestie is: welk systeem is het beste? A of B?

Let op: volgens de regels van Grammar feud kun je nu niet zeggen dat je een ander systeem dan een van deze twee het beste is. Dat is best mogelijk, en misschien is er ook wel een beter systeem te verzinnen, maar het spel gaat over deze twee systemen.

Dit zijn de stellingen:

  1. Systeem A is al eeuwenlang de norm. Het heeft zich dus al langere tijd bewezen.
  2. De taalnorm dient de natuurlijke taalontwikkeling te volgen.
  3. Systeem B is eenvoudiger.
  4. De Taalunie (en andere gerenommeerde taaladviseurs) bevelen systeem A aan.
  5. Systeem B maakt ruimte voor een nuttig betekenisonderscheid met ze, dat gebruikt kan worden voor dingen in plaats van personen.
  6. Systeem B verdringt de voornaamwoorden zij, ze en hen.
  7. Systeem A is het resultaat van een zorgvuldig uitgedachte beregeling, en is daarom het meest logische systeem.
  8. De natuurlijke taalontwikkeling moet door de taalnorm in bedwang worden gehouden, anders verandert de taal te snel.
  9. Het kost te veel tijd om systeem B op school te onderwijzen. Die tijd kan beter worden gebruikt.
  10. Onder systeem A zou je moeten zeggen We hebben hun iets wijsgemaakt en We hebben hen voor de gek gehouden. Dat verschil is alleen voor taalkundig hoogopgeleiden te begrijpen.
  11. Onder systeem B is bijna alles mogelijk en zijn er dus geen regels meer.
  12. Systeem A is te beschouwen als cultureel erfgoed, en het moet daarom beschermd worden.
  13. Voor sommige generaties sluit systeem A beter aan bij het taalgevoel.
  14. De ontwikkeling naar systeem B is in de huidige praktijk al duidelijk aan te wijzen: het wordt dus door de taal zelf hoger gewaardeerd.

Zoals eerder opgemerkt: eerst alle stellingen apart bekijken op waarheid en relevantie. Stapeltjes maken, onderling rangschikken en dan afwegen. Niet één argument kiezen en daarop blijven hameren. Bedenk dat elk antwoord niet alleen sommige argumenten accepteert, maar ook andere afwijst of van minder belang acht. Dat moet volgens de grammar feud-regels allemaal apart verantwoord worden, en iedereen moet het erover eens worden.

Net zolang doorspelen tot het lukt!

Peter-Arno Coppen

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.