Geen g?

Door Marc van Oostendorp

Waarom heeft het Nederlands eigenlijk geen [ɡ], de klank van het Engelse goal of het Duitse Geld? Over die vraag hoorde ik deze week een lezing van de Australische taalkundige Mark Donohue. Ik probeer het samen te vatten.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Geplaatst in column, vlog | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: Hans Vlek – Lente

Lente

Windkracht drie beweegt de was en twee
manshoge zonnebloemen. Zij
maait het gras en zweet een beetje.

Een lekke voetbal tegen het muurtje
van de schuur. Twee glazen limonade
op een uitklaptafeltje. Alles
is heel gewoon. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Discussieforum van de internationale neerlandistiek in Midden-Europa

Door Yves T’Sjoen

De voorbije dagen hield het Midden-Europese neerlandistiekplatform Comenius zijn tweejaarlijkse congres in Wrocław (24-27 mei). Het Regionaal Colloquium Neerlandicum wordt al sinds 1995 georganiseerd en brengt neerlandici binnen en buiten het Nederlandse taalgebied bij elkaar op volstrekt gelijke voet aan een universiteit in Centraal-Europa. Het alles overkoepelende thema ‘Op reis!’ verenigde dit jaar taal- en letterkundige onderzoekers uit de regio die met soms ongeziene felheid en hardnekkigheid met elkaar discussieerden over onderzoeksprojecten, methodologische en theoretische uitgangspunten.

Lees verder

Geplaatst in Neerlandistiek voor de klas | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Kluun

Door Jos Joosten

Met werkelijk ontzettend veel plezier en zelfs lichte bewondering las ik Kluuns nieuwe roman ‘DJ’.

Mijn volgende zin had nu eigenlijk iets zullen worden als: ‘Ja, het is natuurlijk geen Elsschot, Claus of Hermans…’, maar ik realiseerde me bijtijds dat ik de afgelopen jaren best wat behoorlijk goede tot goede Nederlandse romans las die tóch allemaal geen ‘Kaas’ of ‘Donkere kamer van Damokles’ waren. Waarom bij Kluun dan toch meteen die disclaimer? Uiteraard grotendeels vanwege het heersende image van Kluun. Het mooie is nu dat de schrijver juist met dat (zelf)beeld in ‘DJ’ een uitgekiend spel blijkt te spelen. Lees verder

Geplaatst in column, recensies | Getagged | Een reactie plaatsen

Als een Ethiopisch vorst zijn gloênden stranden een vloot ontzendt

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (125)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Soms komt een woord na eeuwen van afwezigheid terug in de taal. Lang, lang is het opgeborgen geweest in een schatkamer van de taal – een nuttig instrument dat niemand tot nut was – en dan haalt iemand het op, poetst het op, en kijk, het blijkt nog precies even nuttig als in de middeleeuwen.

Ontzenden is in het Nederlands zo’n woord. In de dertiende eeuw werd het gebruikt in de betekenis van ‘heenzenden tegen iemands wil’. Het Vroegmiddelnederlands woordenboek geeft dit citaat:

heft uernomen
Dat scheeden suar dat moste comen
Saen tuschen hare ende yolenden
Die got soude emmer hare onssenden
Jn corten tiden

Het Middelnederlands Woordenboek lijkt al iets onzekerder over het werkwoord, en sindsdien is er eeuwenlang niets meer van gehoord. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | Één reactie

Gedicht: Elma van Haren – Twee mannen

In 1988 werd de eerste C. Buddingh’-prijs uitgereikt, voor het beste debuut van 1987. de winnares was Elma van Haren.
Download hier het e-boek met een gedicht uit alle in dat jaar genomineerde bundels.

Twee mannen

In krullen vleien zich de herinneringen vast
aan deze man, die anders is, meer doet denken aan.
– Eén kant verdampt al,
een gedaante, lopend door kokende regen.
Nu hij zijn rechterbeen vooruit zet,
vervaagt het been.
Zijn arm wordt bleekgroen,
alsof je door een beslagen ruit kijkt,
waarover druppels lopen.
Een spoor, een staart
van dun water achter zich aan,
het zaad van die man of het haar van die man,
half uit water, half uit vlees,
als een droom over een man.
Hij is gemaakt van schuim, vol blonde haartjes,
die op zijn voeten beginnen, omhoog,
tot aan de grens waar hij zich scheert –
Maar deze man is donker en duidelijk aanwezig. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Op, aan, in

Door Marc van Oostendorp

Ik had nog nooit gehoord van de op-aan-in-schaal, maar dankzij een fraai overzichtsartikel (€) in Language and Linguistic Compass van de Utrechtse semanticus Joost Zwarts zal ik het niet snel meer vergeten.

Dat artikel gaat over de betekenis van ruimtelijke voorzetsels: wat bedoelen we als we in of achter zeggen? En wat zegt dat over de manier waarop we in taal de ruimte om ons heen voorstellen?

Neem op. Object A is op ruimte B. Dat betekent doorgaans dat A zich boven B bevindt volgens een of ander coördinatenstelsel (meestal: verder weg van moeder aarde) en verder dat A aan B raakt, dat de ruimtes die A en B innemen zich op vrijwel onwaarneembare afstand bevinden. Maar als een lucifersdoosje op een boek ligt, en dat boek ligt op tafel, kun je ook best zeggen dat het lucifersdoosje op tafel ligt, ook al raakt het die tafel niet aan. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | 5 Reacties

Gedicht: Arjen Duinker – Laten we de lucht over de knie leggen

In 1988 werd de eerste C. Buddingh’-prijs uitgereikt, voor het beste debuut van 1987. Er waren acht bundels genomineerd, en uit vijf daarvan leest u deze week een gedicht, geselecteerd door dichteres Hester Knibbe. Komende vrijdag komt er een gratis e-boekje beschikbaar, met daarin een gedicht uit alle acht de bundels – opmerkelijk genoeg van acht dichters die ook vandaag de dag nog poëzie schrijven. Als vierde: Arjen Duinker.
.

Laten we de lucht over de knie leggen,
de wereld omkeren en uitschudden,
de woorden toeschreeuwen,
het heft …

De weg naar de voet van de berg
is onbegaanbaar,
laten we de rivier proberen.

Laten we de stomme huizen aan het schrikken maken,
de stomme stoelen bedreigen,
de kamerjas verbranden!

‘Kom, dingen die blijven en lachen,
merk me op!

We verdrinken het botte mes
en vergeten het bij de wijngaard,
ik zing, jullie begeleiden me,
we gaan samen stroomopwaarts en denken niet
aan afscheid.’

Arjen Duinker (1956)
uit: Rode oever (1988)

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Binnenkort verschijnt: nieuw nummer Over taal

Over taalZeg me je familienaam, en ik zeg je uit welke streek je komt

‘Onze familienamen gaan meestal terug op bijnamen die in dialectsprekende gemeenschappen ontstaan zijn en dus mag je verwachten dat variatie in onze familienamen heel vaak een afspiegeling is van dialectverschillen. Met andere woorden: aan de familienaamvarianten kun je doorgaans zien in welke streek ze oorspronkelijk gegeven zijn. Die ‘doorgaans’ slaat op twee relativerende factoren:

Lees verder

Geplaatst in pas verschenen, tijdschriften | Getagged , | Één reactie

Etymologie: vlijt

Door Michiel de Vaan

vlijt zn. ‘ijver’

Oudnederlands fliz ‘aandrang, vlijt’, flizech bn. ‘ijverig’, flizlicher bw. ‘ijveriger’, flizan ww. ‘ijveren’, pret. fleiz (ca. 1100; de tekst waarin deze vormen voorkomen bevat Hoogduitse kenmerken, zoals hier de z).
Middelnl. flit m. (1200, Servaasfr.), vliit (1270–1290) ‘ijver, inzet’, ook ‘spoed, haast’; vliteleke bw. (1284, Dordrecht) ‘ijverig’; vlitech (1240, Limburg), vlitich (1340–1360) ‘toegewijd’. Ww. vliten ‘zich beijveren’ (ca. 1300, Limburgse Sermoenen); ook vervlijten met deelwoord vervleten.
Nnl. vlijt v., in Brabant en Limburg m. ‘ijver, zorg, moeite, passie’ (1540), Gelders vliet (1567); vlijtelijk bw., bn. ‘ijverig, toegewijd, nauwkeurig’ (1525), na de 17e eeuw vervangen door vlijtig ‘wakker, toegewijd, vlug, ijverig’ (ca. 1540; vlietigh 1562); bevlijten ww. ‘werk van iets maken; zich oefenen’ (1597), vervlijten ‘vlijtig worden’ (1588; sporadisch), waarvan het deelwoord vervleten in de 16e en 17e eeuw frequent voorkomt als ‘zeer gesteld op, geoefend, toegewijd’ (1528).

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen