Gedicht: Raymond Herreman – Vrouw en kind

Vrouw en kind

Ik met mijn pijp, die zachtjes paft;
de wake van een hond, die blaft;
op straat een snelle stap, die keert
naar wat men zonder angst begeert
of men het leven haat of mint:
de vrouw die wacht, en ’t slapend kind;
ik met mijn pijp en stillen lach
om ’t loonend einde van den dag,
die, was hij luide en kommervol
gelijk een stroom die dreigend zwol,
toch weer gemond is in de zee
van avond, rook en vree.

Raymond Herreman (1896-1971)

 

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Dat wrijten, al die kloven, al die scheuren

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (137)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Ge weet toch hart, die tegenstrijdigheden
dat wrijten, al die kloven, al die scheuren
zijn enkel door het onvolmaakt gebeuren
der liefde in ons hart en onze leden.

Ge weet toch dat zij d’eenheid is volstreden
van droom en daad? Het wonderlijk opbeuren
van ’t hart in beide? ’t menglen hunner kleuren
tot een puur licht van ongebroken vrede?

In ons hart vloeit de liefde traag en klein;
daarom, spinnen w’ een droom, blijft geen kracht over
voor daad; drinken we zijn schuimenden wijn

dan duistert van ons weg het droomgetoover.
Was liefde algroot in ons, om ons zou zijn
droomschoone daad, als zon-doorvloten loover.

(Henriëtte Roland Holst – Van der Schalk)

Dit gedicht hoort in iedere bloemlezing, vind ik. In de eerste plaats vanwege de krachtige tweede regel, met dat geheimzinnige en tegelijkertijd zo sprekende wrijten – waarom lees je dat woord nou nooit eens op Twitter of in De Telegraaf? Als je het in Google intikt, krijg je alleen ‘bedoelt u soms written?’ Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | Één reactie

Gedicht: Paul Snoek – Een mergpijp

Een mergpijp

Het was de goedgeefse regen
buigzaam als een buideldier,
die het kleilichaam streelde
van de hond van vanmorgen.

Toen de goochelaars van vannacht
het mengelwerk van de huizen
achterlieten in het achterland,
waar orgelmergpijpen speelden
straalmagere koudmuziek
uit de tijd der weduwen.
Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Nee, my ou suikerpot, die lewe is nie net skanghagha nie

Door Jana Luther

Die meeste van die tale wat aan ons bekend is, bestaan uit verskillende variëteite. Naas die standaardvariëteit – wat gewoonlik so volledig moontlik ontwikkel word om deur soveel as moontlik gebruikers verstaan te word en soveel as moontlik van die funksies te verrig wat ’n mens van ’n taal kan verwag, veral in formele kontekste – beskik die meeste tale ook oor:

  • dialekte en geolekte, verskillende vorme van taalgebruik wat in verskillende dele van ’n land of taalgebied gebruik word (en soms selfs as verskillende tale beskou word); en
  • sosiolekte (groeptale, mengtale en geheimtale), wat met verskillende sprekersgroepe verbind word.

Soos ’n rivier waarin verskillende strome ineenvloei, word elke taal deur uiteenlopende en ineenlopende omgangstale gevoed; variëteite van die taal wat verskillende groepe en subkulture gebruik om kommunikasie tussen hulle te vergemaklik – of te bemoeilik. Terwyl elke individu boonop sy of haar eiesoortige taal gebruik, wat ’n idiolek genoem word. Sonder al hierdie strome is daar geen taal nie.

Naas die standaardvariëteit van Afrikaans, bestaan Afrikaans ook uit Kaaps, Oranjerivierafrikaans en Oosgrensafrikaans. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | 2 Reacties

Ilja Leonard Pfeijffer als gelovige

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (20)

Door Marc van Oostendorp 

Wie aan Ilja Leonard Pfeijffer denkt, denkt niet in de eerste plaats aan God.

Godsdienstig kun je de meerderheid van zijn werk tot nu toe niet noemen. De naam van de Heer komt wel regelmatig voor, maar dan toch vooral in de zin van godvermehoeremejaartouwenteringverdomme en de hopelijk ooit klassieke verwensing ‘Neem toch een moeilijke godsdienst en leef naar de letter’.

Een heel enkele keer vlamt desalniettemin ook in het vroege werk een kortstondig verlangen naar God op, zoals in het gedicht dromende druilknol dat de eenzame dichter beschrijft, alleen achter zijn tv op Kerstavond:

ik braak
de moeder aller elegieën krampachtig
als ik spreek tegen god over de grote
witte telefoon ik zeg kwalijk kwalijk
kwalijk zal men mij het nemen

Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | Een reactie plaatsen

Online: Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens

De Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens (‘De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde’) vond plaats op 10 mei 2017 in de Aula van het Academiegebouw te Utrecht.

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder

Geplaatst in video | Getagged , , , , | Één reactie

Gedicht: C.B. Vaandrager – Cyclus in de verleden tijd

Cyclus in de verleden tijd

Ik kwam gek uit de hoek.
Ik struikelde over mijn woorden.
Ik zei maar wat.
Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Ik zei niks.
Ik sloot me aan bij de vorige spreker.

Ik had kapsies.
Ik was onzakelijk.
Ik had geen geld.
Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Desinteresse is geen deugd

Door Saskia Pieterse

Terwijl literatuurwetenschappers en studenten zich voorbereiden op een nieuw academisch jaar, trekt filosoof Sebastien Valkenberg maar weer eens Het raadsel der onleesbaarheid (1979) van Karel van het Reve onder het stof vandaan om literatuurwetenschappers de maat te nemen: ze zouden anno 2017 nog steeds onleesbaar schrijven (‘Onleesbaarheid troef in literatuurwetenschap’, de Volkskrant 14-08-2017). Hij komt tot die conclusie op basis van de titels en korte samenvattingen van een handjevol artikelen. Over de publicaties zelf lezen we niets. Helaas, want een blik van buiten is voor ieder wetenschapsgebied nuttig en welkom, maar die blik moet wel net iets verder reiken dan titel, samenvatting en inhoudsopgave.

Vervolgens wordt duidelijk wat Valkenberg werkelijk dwars zit: hij heeft ideologische bezwaren tegen deze wetenschapsdiscipline. Zelf ziet hij literatuur als een verzameling belangrijke boeken waarin ‘universele thema’s’ aan de orde komen. Het klopt dat veel literatuurwetenschappers een minder museale visie op hun onderzoeksobject hebben. Die kijken naar de talrijke draden die er lopen tussen literatuur en andere media, tussen literatuur en de samenleving, tussen literatuur en wetenschap. De literatuurwetenschappelijke nieuwsgierigheid richt zich kortom op de vele manier waarop literatuur zich in de wereld beweegt – buiten de glazen vitrine van de ‘universele thema’s’. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged | Één reactie

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 6

door Jan Stroop

Om ’t contact met de correspondenten/medewerkers in den lande te onderhouden organiseerde ‘t Instituut elk jaar een paar bijeenkomsten, telkens in een andere provincie. Er werd een centraal gelegen plaats gekozen, waar een zaaltje afgehuurd werd. ’t Was altijd op een zaterdag. Die bijeenkomsten werden altijd goed bezocht.

De eerste bijeenkomst die ik meemaakte was in Drachten, in Friesland. De collega’s van de drie afdelingen hielden een praatje. Ik was toen nog toehoorder. Mevrouw Daan begon haar verhaal over waar haar afdeling mee bezig was, o.a. de Taalatlas en de Atlas van de Nederlandse Klankontwikkeling (ANKO). Ze sloot  af met een hommage aan de medewerkers. “Zonder uw medewerking kunnen wij ons werk niet doen. Hartelijk dank daarvoor.”

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , , , | 3 Reacties

Galien Rethore : hoofdstuk 26

De historie van Galien Rethore

Hier beghint die seer schoone wonderlijke historie van den aldervromsten campioen Galyen Rethore met oock die aldermeeste bloetstortinghe der Kerstenen ende der heydenen, geschiet op den Ronchevale, doer die verradereie vanden alder valschsten verrader Gouweloen.

Zoals gedrukt door Willem Vorsterman te Antwerpen [1520-1525?]

Hoofdstuk 26 (lees-editie)

Hoofdstuk 26 (studie-editie)

Facsimile van de druk: EHC Antwerpen 812424

 

Geplaatst in edities, letterkunde | Getagged | Een reactie plaatsen