Ilja Leonard Pfeijffer als plagiator

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (4)

Door Marc van Oostendorp

Wie herinnert zich nog de opwinding van vijftien jaar geleden, toen de roemruchte dichter Ilja Leonard Pfeijffer zijn prozadebuut maakte met de roman Rupert. Een bekentenis en door het Dagblad van het Noorden werd gesnapt als plagiator? Het literaire weblog Rottend Staal maakte er nog een opgewonden dossier van, dat gelukkig nog online staat, anders zou niemand weten wat er toen allemaal aan de hand was. Ad Melkert zou de nieuwe premier worden, en in de wereld der boekenbijlagen gonsde het: na Adriaan van Dis was nu ook deze blaag betrapt!

Een paar weken later werd Pim Fortuyn vermoord en verlegde de aandacht zich.

Het ging indertijd om hoofdstuk 8 van het deel ‘Tweede zitting’ van de roman. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | 2 Reacties

Gedicht: Ankie Peypers – Taal

Taal

Ik ken de woorden alleen van horen zeggen.
Zij zijn mij verwant als de neven in Finland
die brede schouders hebben, kalme ogen,
waarin geruisloos bomen groeien, sleden rijden.

Ik denk aan hen in brieven vol rivieren,
wit hout stroomafwaarts, vol van sneeuw en liefde.
Omdat zij eenzaam zijn en onbereikbaar
als woorden.

Ankie Peypers (1928-2008)
uit: Taal en teken (1956)

 

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Ilja Leonard Pfeijffer as a young man

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (3)

Door Marc van Oostendorp

Klik op afbeelding om haar groter te maken

Ja, mensen, ik heb een van de oudste tekstjes van de vooraanstaande Nederlandse dichter Ilja Leonard Pfeijffer in handschrift in mijn bezit. 19 was hij toen hij het bovenstaande schreef: hij had nog 20 jaar in Leiden voor de boeg, en daarna 20 jaar Genua, en daarna nog vele jaren op een andere plaats die we nu nog niet kennen. (‘Casablanca, Tunis, Zanzibar of Gotham City’, voorspelt hij in La Superba.)

Ik had indertijd nog meer teksten van hem, want Pfeijffer, die twee huizen verder woonde op de Hogewoerd in die verdoemde provinciestad waar mensen alleen langer dan een middag verblijven als ze doodongelukkig willen zijn, en die ik kende van het studentenkamerorkest LESKO, had mij bekend dat hij dichter wilde worden en me wat van zijn eerste gedichten laten lezen. Zo ging dat in die jaren, ik kreeg meer gedichten van leeftijdgenoten voor commentaar.

Ik hoop dat studenten dat onderling nog steeds doen, dan is er nog wel hoop voor de wereld. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | Één reactie

Gedicht: Hanny Michaelis – Het is gruwelijk

Het is gruwelijk.
Alles begint opnieuw
alsof er niets
gebeurd was.

In stekelige takken
kabaal van vogels.
Piepend en krassend zet
het voorjaar in. De wind
plukt aan ontstemde snaren
van hoop en begoocheling.

Er is niets
gebeurd. Alles begint
opnieuw. Het is
gruwelijk.

Hanny Michaelis (1922-2007)
uit: Onvoorzien (1966)

 

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Één reactie

Verschenen: Journal of Dutch Literature 8.1

Het nieuwe nummer van het tijdschrift Journal of Dutch Literature is verschenen. Het tijdschrift wordt open access uitgegeven: alle artikelen zijn gratis opvraagbaar.

Vol 8, No 1 (2017)

Table of Contents

Mocking the Mob of Middle-Class Tourists: Dutch Nineteenth-Century Novels Competing with Travel Guides
Fieke De Hartog, Rob Van de Schoor
PDF

Herta Müller and Hafid Bouazza. Two Supra-National Writers
Alexa Stoicescu
PDF

Die a Hero in Langemarck. Flanders in the Nazi Poetry of Heinrich Anacker
Anneleen Van Hertbruggen
PDF

‘My Very Own Citizen Kane’, Inspired by Godard and Fellini: Frans Weisz’s Adaptation of Remco Campert’s Het gangstermeisje
Peter Verstraten
PDF

Reviews

New Dutch Pathways in Literary Analysis: Vooys 33:2 (2015). Special theme issue on ‘The Fundamentals of Literary Theory’
Emiel Nachtegael
PDF

Lotte Jensen, ‘Celebrating Peace: The Emergence of Dutch Identity, 1648-1815’ and ‘The Roots of Nationalism: National Identity Formation in Early Modern Europe, 1600-1815’
Feike Dietz, Carmen Verhoeven
PDF

Geplaatst in tijdschriften | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Ilja Leonard Pfeijffer als criticus van het onvoltooid deelwoord

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (2)

Door Marc van Oostendorp

Een tijdlang maakte Ilja Leonard Pfeijffer een gimmick van zijn afkeer van het onvoltooid deelwoord. In een bespreking van werk van Adriaan Roland Holst:

Deze verzen herbergen de twee grootste poëtische doodzonden: het tegenwoordig deelwoord en het gedachtestreepje.

Een bespreking van Een nieuw Paaslied van Gerard Reve:

Verder heeft het gedicht iets wat in poëzie ten strengste is verboden: tegenwoordige deelwoorden. Niet alleen ‘denkend’, ‘opbotsend’, ‘schreiend’, ‘neuriënd’, ‘profeterend’ en ‘pogend’, maar ook ‘voortwandelend’ en om het nog erger te maken zelfs ‘al voortwandelend’.

Hans Faverey dan: Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: Jacobus Bellamy – De drie bevalligheden

De drie bevalligheden*

Is Aglaïa deftig*, schitt’rend,
Is haar schoonheid meer dan schoonheid;
Even als de grootsche luister
Van een’ held’ren nacht des winters:

Kwijnt in Euphrosine’s oogen
’t Vuur der zagte, ted’re liefde;
Teekent heur bevallig wezen
Niets dan tederheid en liefde:
Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

In discussie of niet? Een reactie op recente bijdragen van Witte en Bonset.

Door Melchior Vesters

Onlangs verschenen op deze site enkele opmerkelijke berichten over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands. Het betreft allereerst de reactie van Bonset (12 juli) op een notitie van Witte over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands. Daarna volgde een reactie van Witte (15 juli), waarbij Bonset (16 juli) nog een kort commentaar toevoegde. Ik wil mijn verbazing uitspreken over de toon in de woordenwisseling en hoop met dit stukje een inhoudelijke discussie vooruit te helpen.

Bonset heeft in zijn commentaar van 16 juli een punt: de manier waarop Witte zijn reactie is gepresenteerd biedt de lezer geen optimale service. In de verwoording (“Schrijf eerst maar eens een behoorlijke tekst”) had Bonset zijn irritatie echter wel mogen intomen. Lees verder

Geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas | Getagged | Één reactie

Ilja Leonard Pfeijffer als Alexandrijn

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (1)

Door Marc van Oostendorp

Inmiddels is ze weggëbd, de agressie die  Ilja Leonard Pfeijffer ooit opriep. Je las d’r in de kranten, je kwam d’r tegen in gesprek met geletterde mensen: die Pfeijffer was een braller, een krullendraaier die met veel bravoure zichzelf in de kijker werkte, maar eigenlijk maar weinig te melden had, iemand die met zijn dichterlijk lange haren maar een beetje in de provinciestad waar hij was neergestreken Chouffes zat te drinken en de romantische poëet uit te hangen zonder daadwerkelijk iets poëtisch tot stand te brengen.

Nee, dan de grote schrijver Arie Storm!

Ik geloof dat de critici minstens één ding over het hoofd zagen: dat ze zelf een te romantisch beeld hadden van het dichterschap, een beeld waarin iemand gaat dichten doordat een innerlijke demon hem ertoe drijft. Op zijn minst verwachten we van een dichter dat hij dicht omdat hij iets bijzonders te vertellen heeft en dan eventueel een mooie, of goede, of interessante vorm voor het vertelde probeert te vinden.

Iemand die vooral schrijver werd uit liefde voor de taal, om met taal bezig te kunnen zijn, om zich in verschillende genres te kunnen oefenen; omdat het fijn is om woorden op een beeldscherm te toveren – zo iemand past nog altijd niet in ons beeld. Met woorden toveren, dat kan mijn zus ook.

Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | 4 Reacties

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 127

Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, soms versimpeld, dan weer herschreven, hier en daar erotisch gekruid en af en toe voorzien van een persoonlijke noot door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 127 van de in totaal 139 hoofdstukken.

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één grotendeels herzien en verbeterd pdf-bestand: Palmerijn-feuilleton cumulatief van inmiddels 1131 pagina’s A4

Ook on-line leesbaar en downloadbaar als e-book (epub)

Geplaatst in edities, letterkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen