Etymologie: Klaas Vaak

Klaas VaakDoor Michiel de Vaan

vaak zn. ‘slaap’

Oudnederlands Vak, gebruikt als bijnaam: Simon cognomento Vak (1130–1161). Middelnl. vaek m. ‘slaperigheid, slaap’ (1240), Nnl. vaeck (1540), vaak (1612). Tot ca. 1700 in de Noordnl. literatuur in gebruik voor ‘slaap’, bijv. in de vaak verdrijven, de vaak uit de ogen wrijven. In de standaardtaal nog in de uitdrukking praetjes voor de vaeck (1613, Bredero) ‘praatjes voor de vaak, verhaaltjes om iemand in slaap te krijgen’. Dialectisch vaok, vaak, vèèk(e) ‘slaap’ (Vlaams, Zeeuws, Brabants, Gelders, Overijssels). Verder is het woord bewaard in de naam van Claes-vaeck (1666, Bruno, Mengel-moes), Klaas Vaak (vanaf 1726) ‘het Zandmannetje’.

vaken ww. ‘slapen’

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Één reactie

Galien Rethore : hoofdstuk 12

De historie van Galien Rethore

Hier beghint die seer schoone wonderlijke historie van den aldervromsten campioen Galyen Rethore met oock die aldermeeste bloetstortinghe der Kerstenen ende der heydenen, geschiet op den Ronchevale, doer die verradereie vanden alder valschsten verrader Gouweloen.

Zoals gedrukt door Willem Vorsterman te Antwerpen [1520-1525?]

Hoofdstuk 12 (lees-editie)

Hoofdstuk 12 (studie-editie)

Facsimile van de druk: EHC Antwerpen 812424

 

Geplaatst in edities, letterkunde | Getagged | Een reactie plaatsen

Taalkundigen: kom uit bed!

Door Marc van Oostendorp

Taalkunde kun je overal doen. In de bus onderweg van de boerderij waar je een mummelende boer hebt gevraagd of de klok even stil kon worden gezet om de opname niet te bederven. In het bezemhok dat op menige universiteit tevens dienst doet als ‘taalkundig laboratorium’ omdat er een laptop in staat met een koptelefoon. En ook in bed, waar je peinst over de vraag waarom je wel kunt zeggen ‘hij komt eerst en zij komt erna’ en niet ‘hij komt uit de stad en zij gaat ernaar’.

Een van de fijne dingen van de taalkunde is dat er enorm veel gegevens voor het opscheppen liggen. De zogeheten “big data-revolutie” levert in het geval van de taalwetenschap eigenlijk niet op dat er ineens veel meer data zijn dan vroeger, maar dat die data veel toegankelijker worden.

De Utrechtse hoogleraar Hugo Quené spreidt in zijn oratie een aanstekelijk enthousiame tentoon voor alle mogelijkheden die dat biedt voor de onderzoeker. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

10 mei 2017: Tweede Louis Peter Grijp-lezing door Geert Buelens

Wannes Van de Velde, 1967 – De Nieuwe Gazet

Op 10 mei vindt de tweede Louis Peter Grijp-lezing plaats. Hij wordt uitgesproken door Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan Universiteit Utrecht, dichter en essayist, onder de titel:

De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder

Geplaatst in evenementenagenda | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: J.J. van Geuns – De dichter en de dood

De dichter en de dood
Kwatrijnen

Een Perzisch dichter zag de Dood verschijnen.
“Wat doet gij daar?” sprak deze. “Ik maak kwatrijnen.”
“Die zoveel verzen schreeft door ’s Levens gunst,
schrijf gij de laatste”, klonk het, “door de mijne.”

De dichter liet dat woord zich niet herhalen,
Maar daar hij dichten moest ten laatsten male
Was ’t zóveel dat hem nog om woorden vroeg:
Hij kon die dag het einde moeilijk halen!

Maar toen hij na twee dagen en twee nachten
Aan ’t einde was van dichten en gedachten,
Lag, waar de Dood gestaan had, een papier:
“‘k Ben weg gegaan: ik kon niet langer wachten!”

J.J. van Geuns (1893-1959)

 

Geplaatst in gedicht | Getagged , | Een reactie plaatsen

Rappers van de Gouden Eeuw

Door Feike Dietz

‘Vergeet Mulisch, lees een raptekst van Zo Moeilijk’, riep de Volkskrant op 6 april. Aanleiding voor deze prikkelende kop was een onderzoek dat Alex Reuneker, Vivien Waszink en Ton van der Wouden op dit weblog hadden gepubliceerd. Geïnspireerd door een Amerikaanse studie naar het vocabulaire van hiphoppers en literaire auteurs, vergeleken zij de ‘lexicale diversiteit’ van Nederlandstalige rappers met die van romanschrijvers: welke groep gebruikt de meest gevarieerde woordenschat, ofwel het relatief grootste aantal unieke woorden? Concreet werden Mulisch’ De ontdekking van de hemel meegenomen, evenals  Ilja Leonard Pfeijffers Peachez, Couperus’ Eline Vere en Multatuli’s Max Havelaar. Zij namen het op tegen rappers als Opgezwolle, Ali B en Broederliefde. De rappers bleken vaak heel goed te scoren op lexicale diversiteit. Pfeiffers werk bevatte de meeste unieke woorden,  maar werd opgevolgd door de rapformatie Zo Moeilijk, nog vóór Mulisch, Couperus en Multatuli. Ook Opgezwolle en Brainpower bleken een opvallend gevarieerd vocabulaire te bezigen. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | Een reactie plaatsen

constant / continu

Verwarwoordenboek Vervolg (27)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

constant / continu

Er is betekenisverschil. Wel wordt ‘constant’ ook in de betekenis ‘continu’ gebruikt. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | Een reactie plaatsen

Taalvariatie en mini-onderzoekjes

Door Miet Ooms

Twee en een half jaar geleden kreeg ik een taalvraag. Dat was niet zo vreemd, want ik werkte toen bij de Taaltelefoon en taalvragen beantwoorden was mijn job. Maar deze ene vraag was anders: ik besefte plots weer dat er nog steeds heel wat variatie zit in de Nederlandse spreektaal en standaardtaal, soms zelfs zonder dat we het beseffen. De vraag in kwestie was: ‘Wat is correct: zo zit de vork in de steel of zo zit de vork aan de steel?’ In Van Dale vond ik enkel de versie met aan. Daarmee leek de kous af, maar het wrong me. Voor mij klonk de versie met in immers helemaal niet vreemd, laat staan fout. Het intrigeerde me, ik stelde de vraag op Facebook (daar antwoorden vooral Belgen) en Twitter (daar zijn de Nederlanders alomtegenwoordig) en met die gegevens tekende ik een heel rudimentair taalkaartje.

Eerste testjes en kaartjes

Ik vond dat zo prettig, de ontdekking dat die variatie er was, dat ik die op zo’n gemakkelijke manier kon achterhalen, en dat ik een manier had gevonden om kaartjes te tekenen. Lees verder

Geplaatst in geen categorie | 10 Reacties

Vacature: visting professor, Department of Dutch and South African Studies, Poznań

  1. Name of the unit where the competition is announced:

Faculty of English

  1. Competition reference number: 11/Ang/professor wizytujący /1/2017
  • Position and its place within the unit:

Visiting professor in the Department of Dutch and South African Studies

  1. Type of employment:

Full time

  1. Base for the employment relation:

Employment contract

  1. Expected duration of employment:

Contract for a specified time Lees verder

Geplaatst in vacature | Getagged | Een reactie plaatsen

Toen de phonologie in de N.R.C. stond

Door Marc van Oostendorp

Ooit waren fonologen – ik ben een fonoloog, ik bestudeer de klanken van het Nederlands – de grote helden van de taalwetenschap. In de jaren twintig en dertig kon je als jonge ambitieuze taalkundige niets beter doen dan fonologie bestuderen. Dát was waar de nieuwe taalwetenschappelijke inzichten konden worden bestudeerd! Dát was waar alle groten van, bijvoorbeeld, de Nederlandse taalkunde zich op richten.

In 1939 werd daarom de Phonologische Werkgemeenschap opgericht. Omdat de administratie daarvan eerst werd gedaan door P.J. Meertens en later door Jo Daan, die hoofd dialectologie was op het instituut waarvan Meertens de directeur was, bevinden die archieven zich op het Meertens Instituut. Het is voor een taalkundige een ontroerend moment om zo’n map open te slaan en daar zoveel bekende namen te zien: Nicolaas van Wijk, Jac. van Ginneken, Berend van den Berg, Klaas Heeroma, P.J. Meertens en Jo Daan; Branco van Dantzig, de ‘moeder van de logopedie’, die een paar jaar later in Auschwitz zou worden vermoord. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | Één reactie