Literaire last

Door Jos Joosten

Eén ding is zeker: als Thierry Baudet niet bekend was geweest vanwege zijn andere publieke activiteiten, dan zou geen uitgever op het idee zijn gekomen zijn novelle ‘Van elk waarheen bevrijd’ uit te geven. Het is het totaal onopzienbarende verhaal van een totaal onopzienbarend hoofdpersonage. Gepensioneerde muziekleraar, met monomane en autistische trekjes, kijkt terug op een mislukt huwelijk en een mislukte affaire met een leerling. The End.

Nu zegt zo’n samenvatting natuurlijk niets: je kunt een briljant boek schrijven over een mislukte handel in kaas. Baudet heeft alleen een klein probleempje, namelijk dat hij niet kan schrijven. Dat is normaal gesproken natuurlijk helemaal niet erg. Er zijn talloos veel miljoenen Nederlanders die dat niet kunnen. Maar het is toch wel een beetje een handicap als je schrijver probeert te zijn. Lees verder

Geplaatst in column, recensies | Getagged | Één reactie

Online: Het pamflet Poëtae Heautontumorumenoi, Of, Penne-krygh, Tusschen de Reformateurs der Poëzy, en E.B.I.S.K.A.

In november 1670 verscheen het pamflet Poëtae Heautontumorumenoi, of, Penne-krygh tusschen de Reformateurs der Poëzy, en E.B.I.S.K.A. Er was toen al een jaar lang een felle polemiek gaande tussen een aantal Schouwburgregenten, aangevuld met auteurs van wie de toneelstukken op de Schouwburg in première gingen (E.B.I.S.K.A.), en het gezelschap dat onder het motto Nil Volentibus Arduum alternatieve bewerkingen van de op de Schouwburg opgevoerde stukken produceerde ten einde de wereld te laten zien hoe het beter kon (de Reformateurs). Het pamflet kwam uit ná de verschijning van het anonieme toneelstuk De Griekse Antigóne, met een door N.N ondertekend Bericht aan alle beminnaars der poëzy, waarin het beleid van de Schouwburgregenten wordt verdedigd. Ook bevatte deze uitgave een Nabericht op het Dichtkunstigh Onder zoek gestelt achter de nagerijmde Oroondates en Statira, ondertekend door E.B.I.S.K.A. Hierin gingen de auteurs, die zich achter deze letters verzamelden, in de aanval door op hun beurt fouten in het werk van Nil-auteurs aan te wijzen. Het pamflet verscheen echter vóór de verschijning van het Antwoordt op het Voor- en Nabericht, by de Antigone gevoegt door N.N. en E.B.I.S.K.A, dat in november 1670 verscheen. Hierin wijst Nil overigens ten onrechte Thomas Asselijn aan als de enige auteur die zich achter E.B.I.S.K.A. en N.N. verschuilt. Op dit antwoord van Nil wordt wel ingegaan in het in januari 1671 verschenen pamflet Nieuwe-Jaers-gift, aen Nil volentibus arduum, en E.B.I.S.K.A. Dit pamflet kan worden beschouwd als een vervolg op Poëtae Heautontumorumenoi, maar is zeker niet van dezelfde auteur. Lees verder

Geplaatst in pas verschenen, websites | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Verschenen: De Parelduiker 2018/1

De nieuwe Parelduiker is uit en bevat behalve vertrouwde artikelen over schrijvers, zoals dit keer een antwoord op de vraag waar Orwells ‘Big Brother’ vandaan komt, nog twee opmerkelijke stukken:

Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh in Mickery Loenersloot

Dichter Halbo C. Kool probeerde het succes van Poëzie in Carré (1966) een vervolg te geven met zijn poëzieavonden in het pas geopende Mickery-theater van Ritsaert ten Cate in Loenersloot. Daar mochten Lennaert Nijgh en zanger Boudewijn de Groot optreden te midden van dichterscoryfeeën als Remco Campert, A. Roland Holst, Gerrit Kouwenaar en Fritzi Harmsen van Beek.

Literair Leeuwarden

In drie nummers besteedt De Parelduiker aandacht aan het feit dat Leeuwarden dit jaar Culturele Hoofdstad van Europa is. Om te beginnen met de negentiende eeuw. Het begin van een mooie Leeuwardense literatuurgeschiedenis in vogelvlucht.

 

Geplaatst in geen categorie | Een reactie plaatsen

‘Ik geloov’ en andere problemen

25 jaar Optimaliteitstheorie (4)

Door Marc van Oostendorp

In de vorige drie afleveringen beschrijf ik vooral een (sterk vereenvoudigde) basisversie van de Optimaliteitstheorie – 25 jaar geleden had ik die stukjes ook al kunnen schrijven. De theorie maakte al snel een enorme explosie door en is nog steeds de standaardtheorie – het is niet meer, zoals 20 jaar geleden, zo’n beetje het enige waar mensen over praten, maar het speelt nog steeds wel een belangrijke rol.

In de voorbeelden die ik tot nu toe gaf, is alles natuurlijk overzichtelijk: er zijn twee krachten, de ene taal heeft ze op de ene manier geordend, de ander op de andere manier. Het aantal mogelijke manieren neemt echter snel toe naarmate het aantal eisen toeneemt. Bij 2 eisen zijn er 2 mogelijkheden, bij 3 eisen 6 (3×2 = 6!), bij 4 eisen 24 (4x3x2 = 4!), bij 5 eisen 120 (5x4x3x2 = 5!), bij 6 eisen 720, en wanneer je 12 eisen formuleert kun je al meer verschillende ordeningen vinden dan er talen zijn. Terwijl het onwaarschijnlijk is dat je de klanksystemen van alle talen zou kunnen beschrijven met slechts 12 verschillende eisen. Dat moet dus compacter.

Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | Een reactie plaatsen

Oop Gesprek by Engelenburghuis

‘n Oop gesprek oor die uitdagings ten opsigte van leierskap met betrekking tot taaldiversiteit, wat 7 Februarie 2018 by die Engelenburghuis in Pretoria plaasgevind het.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Geplaatst in column | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: Radna Fabias – adam spoelt aan

• Radna Fabias is een van de vier genomineerden voor de C. Buddingh’-debuutprijs.

adam spoelt aan

op zondagochtend op het kerkplein
in de stad – het is herfst er ligt blad
het toeval is van overheidswege
afgeschaft – ik raap hem op ik dep hem
droog ik houd hem om hem om hem
heen schrijf ik een zin waarin zijn knapzak past Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Wichelen

Door Michiel de Vaan

wichelen ww. ‘voorspellingen doen uit tekens’

Middelnederlands vyghlen (1414), wijchelen ‘waarzeggen, voorspellen’ (1437). Nieuwnl. wijchelen ‘voorspellen’ (1528), wichelen (1588). Afleidingen onder andere Mnl. en Nnl. wichelare, wijchelaer, wijgheler ‘waarzegger’ en wichelije ‘waarzeggerij’. Zie voor de samenstelling wichelroede de desbetreffende pagina op de Etymologiewiki. Met kk Mnl. wikken ‘waarzeggen, voorspellen’ (1477), wikelen ‘bezweren’ (1285), wikelare ‘wichelaar’ (1285), wikeligghe ‘wichelaarster’ (1285); Nieuwnl. wikken (eind 16e e.).

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Leren dat ‘hond’ op een t eindigt

25 jaar Optimaliteitstheorie (3)

Door Marc van Oostendorp

Hoe leert een kind hoe hij zijn moedertaal uitspreekt? Een verschil tussen het Nederlands en het Engels is dat je in de eerste taal bad uitspreekt met een t aan het eind (ook al zeg je die d wel als hij niet aan het eind van het woord staat, zoals in baden), en in de tweede taal niet.

Eén reden waarom je die d niet zegt, is dat het relatief lastig is om je stembanden te laten trillen aan het eind van het woord. Wanneer je een d zegt zonder stembandtrilling, zeg je een t. Nu is bad zeggen puur mechanisch natuurlijk niet moeilijker voor iemand met een Nederlandse dan voor iemand met een Engelse mond: die kracht (noem hem even GeenFinaleD) werkt op iedere mond en daarmee op iedere taal. Dat geldt ook voor de kracht die zegt dat je een d altijd moet uitspreken als een d (BehoudD). Minigrammatica’s van het Nederlands en het Engels zijn nu:

    • Nederlands: GeenFinaleD ≫ BehoudD
    • Engels:  BehoudDGeenFinaleD

Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | 2 Reacties

Gedicht: Elisabeth Tonnard – Ik vaar in een boot

• Elisabeth Tonnard is een van de vier genomineerden voor de C. Buddingh’-debuutprijs.

Ik vaar in een boot
alleen op het water.

Er kabbelen golfjes,
er is nauwelijks wind.

Geen wolken. De zon
zeilt neer, hemel en

water zijn velden van zon.
In de verte een kerf

minimalistisch, Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Wie wil nou een docent Nederlands die Multatuli niet kent?

door Pjotr Bos

Pjotr Bos

Pjotr Bos

Toen afgelopen maart de hernieuwde kennisbasis voor tweedegraadsdocenten Nederlands werd gepubliceerd, was er al snel sprake van commotie. Voor velen was het ‘verdwijnen’ van literatuur van voor 1880 reden tot zorgen. Coen Peppelenbos, hoofdredacteur van Tzum, constateerde terecht dat een tweedegraadsdocent nu minder van literatuur hoeft te weten dan een vwo-leerling. Ook Marc van Oostendorp ‒ hoogleraar Nederlandse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit ‒ schrok: “Er zijn te veel cynici bezig alles af te breken.”Een leraar Nederlands voor de klas die niet weet wie Multatuli is, of Piet Paaltjens, of Sara Burgerhart: dat voelt verkeerd. Was ik zelf schooldirecteur, dan zou ik zo’n docent nooit aannemen. Maar waarom staat het dan niet in de kennisbasis? Mariëtte van Dam-Helmig, voorzitter van het Landelijk Vakoverleg Nederlands en docent aan FLOT, stelt terecht dat ook in de vorige kennisbasis nooit letterlijk de literatuur van voor 1880 werd genoemd. In de nieuwe versie staat overigens: ‘[De student] kan aan de hand van dominante, literaire stromingen, begrippen, bewegingen en genres, literaire fragmenten in historisch perspectief plaatsen.’ Dat lijkt me onmogelijk zonder op zijn minst globale kennis van de letterkunde van voor 1880. De rest van haar verweer baart me meer zorgen. Lees verder

Geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas | Getagged , , , | Één reactie