Gedicht: Wiel Kusters – Verstervend huis

• Uit Leesjongen, de onlangs verschenen verzamelde gedichten (met cd met voorgelezen gedichten) van Wiel Kusters.

Verstervend huis

Geen water, geen licht meer, geen kachel
die brandt, geen mens die gaande verbanden sticht
tussen de leeg gehaalde kamers, de brievenbus
ontruimt en zich iets anders herinnert dan dat
het geheugen doven wil nu het zo dodelijk
verlangt naar de dag van het vroegste behang,
het eerste bed, de tafel herhaalt van het ouderlijk huis,
maar waar zijn de stoelen? Lege ramen

staren de straat tot bedaren waar niemand huilt,
zozeer verruild al dit huis met zijn mensen voor elders
nu zijn laatste bewoonster is weggegaan, blos op de wangen,
niet langer meer hield van de hoop dat in dit huis alles, alles
in dit huis, daarbuiten niets.

Wiel Kusters (1947)

 

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Galien Rethore : hoofdstuk 22

De historie van Galien Rethore

Hier beghint die seer schoone wonderlijke historie van den aldervromsten campioen Galyen Rethore met oock die aldermeeste bloetstortinghe der Kerstenen ende der heydenen, geschiet op den Ronchevale, doer die verradereie vanden alder valschsten verrader Gouweloen.

Zoals gedrukt door Willem Vorsterman te Antwerpen [1520-1525?]

Hoofdstuk 22 (lees-editie)

Hoofdstuk 22 (studie-editie)

Facsimile van de druk: EHC Antwerpen 812424

 

Geplaatst in edities, letterkunde | Getagged | Een reactie plaatsen

Etymologie: spinde, spint

Door Michiel de Vaan

spinde zn. ‘provisiekast’

Vroegmiddelnederlands spinde ‘provisiekast’ (1293, Oost-Vlaanderen). Mnl. spinde, spijnde, spende v. ‘provisiekast, voorraadkamer’. Nnl. spynde (1518), spende (1548) ‘uitdeling’, spende, spinde ‘provisiekast, -kamer’ (1599), spijnthiens ‘spindjes’ (1535), spint (1773). In dialecten: Vlaams spinde, Denderstreek spinne, spenne, Brabants en Limburgs spin, spen, etc., Overijssel spinde, spiende, spaen etc., Noordhollands spijn en etersspoin ‘etenskast’, Gronings spin(ne), spie ‘provisiekamertje, voorraadkast’.

Verwante vormen: Mnd. spinde v. o., spint o. ‘spinde’, Nhd. Spinde ‘kast’; MoWFri. spyn, spine ‘kast, etenskast’.

spint zn. ‘mand’

Oudnederlands spinde (ca. 1135), spent (1101–1200), spind (1187) ‘inhoudsmaat voor graan, kwartschepel’; Vmnl. spinthalster ‘inhoudsmaat voor graan’ (1272), spentachtelinc ‘een achtste van een spent’ (1276–1300), vierspint ‘een schepel’ (1297). Mnl. spint, spijnt, spent o. ‘inhoudsmaat voor graan’, Nnl. spint (1544) ‘inhoudsmaat’, spinte (1599) ‘mandje’.

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Één reactie

Vacature: vrijwilligers transcriptiewerk, Fryske Akademy

Wy sykje frijwilligers foar transkribearwurk

Fonology en fonetyk fan Frysk-Nederlânske twataligens

Profyl

Behearsking fan it Frysk en/of it Nederlânsk op (sawat) memmetaalnivo, mei ynteresse foar fonetyk en fonology, leafst op universitêr nivo. Underfining mei Praat tsjinnet as oanbefelling mar is net needsaaklik. Lees verder

Geplaatst in vacature | Getagged , | Een reactie plaatsen

Hoe Vlaming te zijn?

Door Marc van Oostendorp

Er is, voor een Nederlander, nauwelijks een curieuzer cultuur dan de Vlaamse: zo dichtbij in zoveel verschillende opzichten en tegelijkertijd zo vreemd. Over Engelsen, over Duitsers, over Fransen, over Luxemburgers of Denen wordt in Nederland minder in termen van sjablonen gesproken dan over Vlamingen. (Het enige volk dat nóg onbekender is, zijn de Walen. Over een Waal weet een Nederlander helemaal niets.)

Die sjablonen gelden bijvoorbeeld voor de taal. Vlamingen zouden daar enorm gehecht aan zijn, aan onze gezamelijke taal, veel meer dan Nederlanders die om het minste of geringste bereid zijn deze taal aan de kant te schuiven. Vlamingen daarentegen wonnen het Groot Dictee ieder jaar moeiteloos, totdat de Nederlandse publieke omroep een harteloos einde maakte aan dat taalevenement. Dat tegelijkertijd er momenteel nauwelijks sprake is van enig openbaar taalleven in Vlaanderen – er is geen vereniging van taalliefhebbers, het enige publiekstijdschrift Over taal is onlangs zonder plichtplegingen opgeheven, het enige publieke taaldebat lijkt altijd en alleen maar te gaan over ‘tussentaal’ – past niet in dat plaatje, dus wordt genegeerd. Dat de VRT het Groot Dictee ieder jaar gratis kreeg doorgestuurd door de Nederlandse omroep en er dus nóóit aan meebetaalde, eveneens. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , , | 3 Reacties

Een zomerboek: Wonderwezens. Klein overzicht van mythische figuren.

Door Willem Kuiper

Onlangs verscheen bij uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep: Ingrid Biesheuvel en Joh Rabou, Wonderwezens. Klein overzicht van mythische figuren. Met een voorwoord van Imme Dros. Amsterdam 2017. 96 p., geïllustreerd met potloodtekeningen. Dit is hun tweede gezamenlijke productie. Eerder publiceerden zij: Ferguut. De ridder met het witte schild. Rijswijk 2014. Hier vindt u een inkijkexemplaar en hier een boektrailer.

Van Wonderwezens bestaat ook een boektrailer. Die vindt u hier. Lees verder

Geplaatst in letterkunde, pas verschenen | Getagged | Een reactie plaatsen

Gedicht: Maria Tesselschade Roemers Visscher – Wilde zangster

• Tot 29 oktober: tentoonstelling over Maria Tesselschade Roemers Visscher.

Wilde zangster

Prijst vrij de nachtegaal,
Als hij u menigmaal
Verlust, en schatert uit:
Een zingend vedertje en een gewiekt geluid,
Wiens kwinkeleren zoet
De oren luisteren doet
Gauw, na het tiereliertje
Der vlugge luchtigheid, van ’t olijk vrolijk diertje.
Wiens tjilpend schril geluid
Gelijk een orgel fluit,
Veel losse toontjes speelt;
En met een tong alleen, als duizend tongen kweelt. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Waarom de meeste mensen beter dan gemiddeld autorijden

Door Marc van Oostendorp

Altijd weer gezellig, als iemand op Facebook een bericht deelt waaruit blijkt dat de meeste automobilisten vinden dat hun stuurmanskunst groter dan gemiddeld is. Dat kan toch helemaal niet, wat een hoogmoed van de mens!

Het lijkt ook inderdaad een robuust effect, en er zijn al verschillende theorieën over opgesteld, zoals dat mensen zulke gedachten koesteren om een prettig zelfbeeld te creëren. Maar daarbij had nog niemand rekening gehouden met een mogelijkheid die in een nieuw artikel door een aantal onderzoekers wordt gesuggereerd: dat de alledaagse betekenis van het woord gemiddeld.

Typisch

 De onderzoekers lieten een aantal studenten zichzelf vergelijken met ‘de gemiddelde student’ op een aantal punten: Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | 2 Reacties

Gedicht: Peggy Verzett – Ik ben het gras en lig in de zon


• Peggy Verzett is een van de dichters in het allerlaatste nummer van Tortuca.

Ik ben het gras en lig in de zon

en sta op het punt om
een zonsopgang op te slaan onder 4 tiktakpoten (zo’n kwartet)
kniel als niemand ziet lig ik op het geduld van een anoniem kanaal
hoe m’n liggende duur lijkt uitgestald maar
drijft in niets, geen onderwerpen, in te vullen water
zo nietig
kniel ik voor doden en ongeborenen, bewaren

m’n zelfportret draagt een mand
op de plek van de mond
een briesje ontvreemd
ik lijk niet op een spreker, verberg niet de woorden
Gobi woestijn is Gobi is straaljager
en het fijne beraam zich dan pas tegen
de droge Erewoorden aan
de liggende anatomie die ik altijd bij me heb
ten geringste van een ervaring

hu hu de peluw sluit
hang dit gedeelte van ‘t gedicht als een briesje aan een spijker
rei rei ministers dragen regen op een speld
ieder grassprietje gehouden
aan ’n eigen drinkende gladde maag en
ree ree, zie: m’n overzichtelijke groene vlak doet
alsof er iets wacht, breng aan snel een vacht
met een poot
nu aan een instinct

Peggy Verzett (1958)

 

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 4

door Jan Stroop

Tekenaar De l’ Orme, juffrouw Francken, juffrouw Nieuwkerk, mijn vrouw en mijn zoontje, én de stoel van mevrouw Daan.

De afdeling Dialectologie telde eind 1966 vier vaste medewerkers: mevrouw Daan, hoofd van de afdeling, Henk Heikens en ik, beiden wetenschappelijk ambtenaar, en Reimer van der Schaaf, die de administratie deed. Af en toe kwam er ook wel eens een student wat werk verrichten. Daarnaast waren er twee dames die part time werkten: Juffrouw Francken, oud-onderwijzeres, die mevrouw Daan assisteerde bij haar werk aan de ANKO (de Atlas van de Nederlandse Klankontwikkeling) en ook dialectopnames maakte, en juffrouw Nieuwkerk, die correctiewerk deed.

Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , , | Één reactie