Gedicht: Pierre Kemp – Staande slapen & Slapen gaan (wit)

• Pas verschenen: Het regent in de trompetten. De mooiste gedichten van Pierre Kemp, gekozen door Wiel Kusters en Ingrid Wijk. Daarom deze week 3 x 2 + 1 gedichten van Kemp (de andere hierhier en hier), voor u uitgekozen door Wiel Kusters.

Staande slapen

Ik wil wel blijven staan
in zulk een licht,
maar ik wil ook slapen gaan
met héél mijn gezicht,
met al mijn armen en benen,
met al mijn vingers en tenen.
Ik wil weer een tijd uit de levenspijn
en verdoofd van de zon doorschenen zijn
als de bloemen en staande slapen.
Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Antonides van der Goes en het feest van de metamorfose

Door Ton Harmsen

Het werk van Joannes Antonides van der Goes heeft een hoogdravende toon. Zijn vermakelijke Ystroom is een kruising tussen een aardrijkskundig en een mythologisch compendium, zijn indrukwekkende Trazil een impressie van duistere Chinese krachten die zich tegen de christelijke god verzetten, zijn vleiende lofdichten op boeken en personen zijn gespeend van humor en kritiek. Bellone aen band en De Teems in brant zijn ook geen vrolijke titels. Maar hij kan ook geestig en lichtvoetig zijn, zoals in zijn gedicht over een dokter die door zijn patiënt-in-nood als een god wordt gezien, maar wanneer het herstel intreedt als een engel, en zodra de patiënt weer op de been is als mens; totdat hij de rekening stuurt voor zijn helende werk:

.            Als doodelijke koorts en smart de lijders plagen,
.                Kome ik, gelijk een God, voor ’t Krankbed grootsch getreen:
.                Mijn artzeny wort als iet Hemelsch aengebeên,
.            En d’adem van mijn mont kan alle pijn verjagen.
.                Een kroon van stralen huld mijn hooft, in hun gezicht,
.                En alle schat valt voor mijn trouwe zorg te licht.

.            Zoo dra de dood wat van de lippen is geweken,
.                Het tintelende wee een weinig is verzacht,
.                Wort mijne Godheit ook een weinig min geächt.
.            Men hoort my in dien staet maer als een Engel spreken.
.                Noch worde ik evenwel met staetsie ingehaelt,
.                En met een rijkdom van beloften weer betaelt.

.            De kranke, nu byna door mijne konst genezen,
.                Verlaet het bedde om zich te koestren aen het vier;
.                Maer die verlichting van zijn weedom staet my dier,
.            Dewijl mijn dienst maer wort als van een Mensch geprezen.
.                Mijne achting zinkt zoo veel als zijn gezontheit stijgt;
.                ’t Ondankbaer loon dat hier de weldaet meest verkrijgt.

.            De lijder ademt weêr met onbenaeude longen.
.                De koorts is op de vlucht. de wonden zijn geheelt.
.                Ik, die te voren heb de rol eens Gods gespeelt,
.            Toen ydle hoop van winst my steets wierde opgedrongen,
.                Worde als een Duivel uitgescholden en veracht,
.                Nu ik betaling van mijn groote konst verwacht.
.                                                   (Gedichten, ed. 1705 p. 352)

Lees verder

Geplaatst in edities, geen categorie, letterkunde | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Sneeuw en ijs: snijs

Door Marc van Oostendorp

Het artikel stamt al uit 2016, maar op Facebook hadden we er onlangs ineens een discussie over: een studie naar woorden voor sneeuw en ijs in allerlei talen. Sommige talen, zoals het Nederlands, hebben daar twee verschillende woorden, voor, maar andere hebben er maar één, laten we zeggen snijs, voor alle bevroren water dat uit de hemel komt. Het artikel laat nu zien dat talen in warmere gebieden op de wereld – niet in de allerwarmste, waar het nooit koud is, want daar hebben ze vaak helemaal geen woorden voor sneeuw of ijs, maar in gebieden waar er af en toe iets uit de hemel komt vallen dat het benoemen waard is – vaker het woord snijs hebben.

Nou ja, zou je kunnen zeggen. Het zou raarder zijn als het andersom was. Maar de vraag is hoe we die intuïtie preciezer kunnen maken, wetenschappelijker. Wat verklaart zo’n effect precies? Volgens de auteurs is dat het feit dat er in taal altijd gestreefd wordt naar ‘efficiënte communicatie’. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | 3 Reacties

Gedicht: Laurens Ham – aapjelief is mannetje van scherven in de mond

• Pas verschenen: Mijn grote schuld, de debuutbundel van Laurens Ham.

aapjelief is mannetje van scherven in de mond
aapjelief is prik in hoornvlies overkook van hersenpan
aapjelief is mannetje van scherven in de mond
aapjelief is stuit en spuit en sleutelbeen en pilletje

aapjelief proeft staal van bloed en bodem in de mond
hij is de beroerdste niet
komt weer uit zijn hoek tevoorschijn

aapjelief is
hamertik en
hersenpan en
strottehoofd en
sleutelbeen en
kniegewricht
gehemelte en
elleboog en
ellepijp en
zwellichaam en
billenprik en Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Etymologie: wroeten

Door Michiel de Vaan

wroeten ww. ‘woelen, graven’

Middelnederlands vroeten (1285), wroeten (1350–1420), wruedt ‘wroet’ (ca. 1400). Nieuwnl. wroeten (1540), wrooten (1573), vroeyen (Brussel, 1693). Centrale en oostelijke dialecten hebben een klinker eu of uu die op umlaut van de (pendant van) oe teruggaat, bijv. vruten, vreuten in Antwerpen, Noord-Brabant, Noord-Limburg, Utrecht, Gelderland, Overijssel; daarentegen vroete(n) in Vlaanderen, Zeeland en Holland. Afleidingen: wroetelen ‘voortdurend wroeten, uitsloven’ (1617); wroet v. ‘snuit, smoel; soort ploeg; mol’, Oost-Nederlands vreute, vruut.

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged , | Een reactie plaatsen

Galien Rethore : hoofdstuk 31

De historie van Galien Rethore

Hier beghint die seer schoone wonderlijke historie van den aldervromsten campioen Galyen Rethore met oock die aldermeeste bloetstortinghe der Kerstenen ende der heydenen, geschiet op den Ronchevale, doer die verradereie vanden alder valschsten verrader Gouweloen.

Zoals gedrukt door Willem Vorsterman te Antwerpen [1520-1525?]

Hoofdstuk 31 (lees-editie)

Hoofdstuk 31 (studie-editie)

Facsimile van de druk: EHC Antwerpen 812424

 

Geplaatst in edities, letterkunde | Getagged | Een reactie plaatsen

Niemand die er verstand van heeft, zal dat zeggen.

Door Marc van Oostendorp

Wat is een goed taalvoorschrift? Stel dat iemand, een moedertaalspreker, naar je toekomt – ‘jij bent toch neerlandicus?’ – met de vraag of het nu ‘hij wil’ is of ‘hij wilt’, wat zeg je dan? En vooral: wat voor argumenten gebruik je?

Een voorschrift moet uiteindelijk altijd gebaseerd zijn op een autoriteit – iets of iemand die de knoop doorhakt, een persoon die om de een of andere reden het juiste taalgevoel heeft, of de kracht van de traditie (‘zo hebben we dat altijd gedaan’) kent, van de rede (‘zo is het logischer’) of van de esthetiek (‘zo is het mooier’). Maar van die mogelijke bronnen van autoriteit blijft er bij nadere beschouwing geen een echt overeind, zo blijkt uit het nieuwe boek van Wouter van Wingerden.

Lees verder

Geplaatst in column | Getagged | 20 Reacties

Vrouwendienst, het vrouwbeeld bij Vestdijk

Afbeelding: Fons Montens

Naar eigen zeggen hield Simon Vestdijk het meest van zijn vrouwelijke personages. Toch is er over zijn ‘vrouwvolk’ veel te doen geweest. De meningen lopen uiteen van ‘heeft geen verstand van vrouwen’ tot aan ‘zij zijn een feest voor de lezer.’ Heeft de Vestdijkkunde wel een compleet vrouwbeeld opgeleverd? Valt er nog wat aan toe te voegen of op af te dingen? Jazeker! Dat zal blijken op het symposium van de Vestdijkkring over Vrouwendienst, het vrouwbeeld bij Vestdijk.

Het vrouwbeeld bij Vestdijk heeft maatschappelijke, historische én filosofische wortels volgens welke bij verliefdheden twee reacties mogelijk zijn: vluchten of vechten.

Niet alleen in zijn werk, ook in zijn persoonlijk leven was Vestdijk steeds op zoek naar een ideale liefde. Lang heeft de omgang met Jet van Eyk geduurd, aan wie hij schreef: ‘Wij zijn van elkaar’. Maar volgens Jet kwam zij voort uit zijn fantasie: ‘In zekere zin heeft Vestdijk mij verzonnen’. Lees verder

Geplaatst in evenementenagenda | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Gedicht: Pierre Kemp – Fluiten & Geheimenis

• Komende donderdag verschijnt Het regent in de trompetten. De mooiste gedichten van Pierre Kemp, gekozen door Wiel Kusters en Ingrid Wijk. Daarom deze week 3 x 2 gedichten van Kemp, voor u uitgekozen door Wiel Kusters.

Fluiten

Ik zit als kleine mens te fluiten
en keur de vondst na van mijn melodie,
terwijl ik door de coupé-ruiten
de klaver achter de haver zie.
Achter de klaver dooft een vuur in rook.
Fluit God ook?

*

Geheimenis

Als een blad dat het niet zeggen kan
en toch iets weet
van daar hoog in de lucht
en dan bang is, dat het dat vergeet.

Pierre Kemp (1886-1967)
uit: Het regent in de trompetten (2017)

 

Geplaatst in gedicht | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Herziene editie van de Middelnederlandse vertaling van de Chirurgia Magna van Lanfranc van Milaan, handschrift UBA UvA II F 39

Door Willem Kuiper

Middeleeuwse literaire personages zijn kinderen van hun tijd, ook in medisch opzicht. Kennis van de middeleeuwse geneeskunde, die nogal afwijkt van de onze, kan ons doorslaggevend helpen bij het begrijpen en interpreteren van de beschrijving van iemands uiterlijk (fysiognomie), gedrag en temperament (humorenleer) in een letterkundig werk. Alleen al om die reden doen historisch letterkundigen er verstandig aan om zich te verdiepen in de medische literatuur van de periode die zij bestuderen. Soms worden wij hierbij geholpen door vakmensen, zoals met dit boek: Joost Jonkman, Ludo Jongen en Al de Weerd, Lanfranc van Milaan. Een bloemlezing uit zijn middeleeuwse chirurgie. Houten [Sapienta] 2016. Een aankondiging / bespreking vindt u in dit tijdschrift op 27 augustus  2016.
Een jaar eerder al verscheen op de DBNL een integrale editie van dit Amsterdamse handschrift, waaruit de bloemlezing werd samengesteld: Dit is die tafel vanden Groten Lancfranck, bezorgd door Ludo Jongen en Joost Jonkman.

Het editeren van een medisch technisch handschrift, geschreven omstreeks 1460, is bepaald geen ‘sinecure’. Van deze digitale editie is nu een nieuwe, verbeterde en gecorrigeerde versie verschenen, omdat in de eerste transcriptie meer fouten bleken te zitten dan wenselijk en aanvaardbaar is. De tekst werd in zijn geheel opnieuw gecollationeerd. Ook werden de verwijzingen in de tekst naar de vele noten verduidelijkt. Bovendien werd een glossarium toegevoegd van de in de recepten gebruikte ingrediënten en een vertaling van de Latijnse vroeg-zestiende-eeuwse gebruikerssporen, getranscribeerd en vertaald door prof. dr. Wilken Engelbrecht.

 

Geplaatst in artes-literatuur, edities | Getagged | Een reactie plaatsen