Duim omhoog!

Door Marc van Oostendorp

Mijn zondagochtendminicollege gaat vandaag over een proefschrift waarin wordt betoogd dat gebaren ook onderdeel zijn van de taal.

Het hier besproken proefschrift staat op de website van de Landelijke Onderzoeksschool Taalwetenschap.

Geplaatst in column, video, vlog | Getagged | Een reactie plaatsen

Gedicht: Robert Anker – Terwijl hij

Robert Anker is gister overleden.

 

Terwijl hij
en na zijn werk
van 7 tot 6 bij een baas
zaagsel in zijn haar
moest hij een uur op de fiets
maandag tot en met vrijdag
zes jaar lang

Dat Joyce toen al
en Kafka stierf
Musil schreef het centrum uit de wereld
Dat Proust de nieuwe eeuw begon
met de herinnering

Dacht hij aan de toekomst
langs de geurende berm
de sneeuw in januari
de schemering in de herfst
of dacht hij
op weg naar de avondschool
door de innige dorpen
de dampende velden aan niets
of aan de tekenles
of aan het meisje voor het lage huis
met het witte konijn op haar arm Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged | Één reactie

Ik breid mijn armen uit tot zwingen

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (107)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Het is een fijne ontdekking: dat ergens een woord voor bestaat. Je hebt het al je hele leven gezien, maar het was altijd iets privaats en iets schimmigs. En dan ineens ontdek je dat er een woord voor is – een teken dat andere mensen het kennelijk ook de moeite waard hebben gevonden om over te praten.

Zoals zwingen, volgens het WNT ‘o.a. van het haar, de boomen, een wieg: een heen en weer gaande, zwaaiende, zwiepende, schommelende, slingerende beweging maken’. Dat is op zich natuurlijk een poëtische beschrijving, met die bepaalde lidwoorden voor haar en boomen en dat onbepaalde voor wieg.

Interessant is verder dat er sprake is van ‘een heen en weer gaande, zwaaiende [enz] beweging maken’ in plaats van ‘heen en weer gaan, zwaaien [enz]’: het gaat niet om de vorm van de beweging (heen en weer of zwaaiend), maar om de beweging zelf. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , , | 5 Reacties

Gedicht: vsb-prijs 1916 – P.C. Boutens

Wie zou de VSB-poëzieprijs krijgen als het weer 1917 was? Deze week aandacht voor vijf in 1916 verschenen bundels, toegelicht door een vakkundige jury, met aan het eind een verkiezing van de beste bundel. Vandaag als laatste Lente-maan van P.C. Boutens, ingeleid door Coster zelf, die behalve onderstaand gedicht nog vijf andere uit de bundel koos.

En nu – ik ben niet meer alleen…
O bovenwezenlijk bedrog:
Gij zijt hier niet, gij zijt hier toch.
Daar dauwt door ’t slui’rend lichtgeween

Een heller tegenwoordigheid:
Een blind onzienelijk gezicht
Klaart uit de zee van sterrelicht –
En geene vrees of gij het zijt, Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged | Een reactie plaatsen

De verkiezingsprogramma’s over taal: D66

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-46Taal ligt aan de basis van de samenleving: zonder taal zijn de ingewikkelde afspraken, contracten, regels, waarop de samenleving gebouwd is niet denkbaar. Taal is bovendien hét instrument bij uitstek van de politicus: alles wat hij maakt is gemaakt van taal (amendementen, resoluties, wetsvoorstellen), al zijn handwerk bestaat grotendeels uit taal (argumenteren, overtuigen, paaien, schelden).

Taal is macht, macht maak je met taal. Dus is een redelijke vraag: wat zegt de moderne politiek eigenlijk over taal? Wat voor taalpolitiek stellen de politieke partijen voor? Je kunt ervan uitgaan dat dit een weerspiegeling is van hoe er in de samenleving over taalzaken wordt gedacht, over de plaats van taal in onze samenleving.

Om die reden wil ik hier de komende weken de verkiezingsprogramma’s van de meest serieuze politieke partijen onder de loep nemen. Ik begin vandaag met D66, omdat ik dit weekeinde toevallig een lezing over taalpolitiek ga geven voor de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van die partij en daarvoor sowieso het verkiezingsprogramma las.  Lees verder

Geplaatst in column, geen categorie | Getagged , , , | 8 Reacties

Gedicht: vsb-prijs 1916 – Paul van Ostaijen

Wie zou de VSB-poëzieprijs krijgen als het terug 1917 was? Deze week aandacht voor vijf in 1916 verschenen bundels, toegelicht door een vakkundige jury, met aan het eind een verkiezing van de beste bundel. Vandaag als vierde Music-Hall van Paul van Ostaijen, ingeleid door dichter Dirk Vekemans, die behalve onderstaand gedicht nog vier andere uit deze bundel koos.

Juffer Lola
Voor Charlotte V.

Juffer Lola, dit is waar,
Danst met stappen,
Rappe,
Ranke,
Op het klanken
Van een lustige gitaar.
Kleine,
Fijne
Sirkeldansen
Vormen kransen
Rond, rond,
Over het tapijt
Zo bont. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged | Een reactie plaatsen

Etymologie: spartelen

Door Michiel de Vaan

spartelen ww. ‘met armen en benen heen en weer slaan’

Middelnederlands spartelen (Limburg, 1240), spertelen (Vlaanderen, 1351), spertelen (Nederrijn, 1477), spardelen (Holland, 1477), sportelen (Holl., NO-Nl. 1458), spordelen (1480, Holl.), sporteren (1340-1360). Nieuwnl. spertelen (1528), spartelen (1569), zelden spaertelen (1569), sportelen (ca. 1590) (vgl. ook doorsporrelen 17e eeuw), sparrelen (1712); gesportel zn. (1657). De Nederlandse variatie tussen –art-, –ert– en –ort– wijst op een oorspronkelijke klankvolgorde *sprVt-, waarin de 11e/12e-eeuwse omkering van –rV– tot –Vr– heeft plaatsgevonden, zoals in sport (van een ladder) uit Vmnl. sprote (Hd. Sprosse).

Lees verder

Geplaatst in taalkunde | Getagged | Een reactie plaatsen

Culturele omwentelingen: etsen bekijken en chill

Door Freek Van de Velde

In zijn stuk ‘Seinfeld als wetenschap’ vertelt Lucas Seuren over het wedervaren van het personage George, een man die na een afspraakje ongelukkigerwijs de uitnodiging voor koffie al te letterlijk interpreteert. Lachen, want de meeste mensen zullen die faux pas als een aandoenlijke wereldvreemdheid interpreteren. Seuren vertelt in zijn stukje dat de koffie vervangen kan worden door WiFi, en dat hij zo in Los Angeles een persoonlijk Seinfeld-moment heeft meegemaakt. In de commentaarsectie wordt terecht opgemerkt dat de spreekwoordelijke koffie onder jongelui tegenwoordig Netflix & Chill heet.

Die koffie is een gemeenplaats, en zelfs al je die gemeenplaats niet kent, zo legt Seuren uit, kun je de boodschap toch decoderen. Met WiFi is het wat moeilijker, want die wending is niet geconventionaliseerd. Netflix & Chill is dan weer wel geconventionaliseerd, maar je moet wéten dat het een culturele code is, als je niet te vaak een modderfiguur wilt slaan. Ik denk trouwens niet dat de uitdrukking in enig schoolhandboek staat, dus je bent een beetje op jezelf, op je vrienden, of op tv-series aangewezen als je gesocialiseerd wil raken. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | Één reactie

De vragenschaal

Door Marc van Oostendorp

untitled_artwork-8Er zijn graden van vraagachtigheid. De vraagachtigste vraag is er een die met een vraagwoord begint:

  • Waar haalt Abraham de mosterd? [1]

Iets minder vraagachtig is de ja/nee-vraag, die met de persoonsvorm begint:

  • Haalt Abraham zijn mosterd nu eens op? [2]

En de minst vraagachtige vraag heeft de vorm van een bewering:

  • Abraham is toch die man die altijd mosterd komt halen? [3]

Die vragenschaal correspondeert met andere dingen. Met de inhoud bijvoorbeeld: op vraagwoordvragen zoals  [1] moet je vrij veel informatie geven (een locatie, in dit geval). Op ja/nee-vragen zoals [2] volgt – de naam zegt het al – in ieder geval een ja of een nee. De ‘vraag’ in [3] impliceert dat de spreker het antwoord eigenlijk al weet. Lees verder

Geplaatst in column | Getagged , | 6 Reacties

Gedicht: vsb-prijs 1916 – Martinus Nijhoff

•• Wie zou de VSB-poëzieprijs krijgen als het weer 1917 was? Deze week aandacht voor vijf in 1916 verschenen bundels, toegelicht door een vakkundige jury, met aan het eind een verkiezing van de beste bundel. Vandaag als derde De wandelaar van Martinus Nijhoff, ingeleid door taalkundige Marc van Oostendorp, die behalve onderstaand gedicht nog vijf andere uit deze bundel koos.

De wandelaar

Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
Langs een landschap of tusschen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn doode handen,
Stil heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit den tijd der Carolingen,
Zit ik met ernstig Vlaamsch gelaat voor ’t raam;
Zie menschen op een zonnig grasveld gaan,
En hoor matrozen langs de kaden zingen.

Kunstenaar uit den tijd der Renaissance,
Teeken ik ’s nachts den glimlach van een vrouw,
Of buig me over een spiegel en beschouw
Van de eigen oogen het ontzaglijk glanzen.

Een dichter uit den tijd van Baudelaire,
– Daags tusschen boeken, ’s nachts in een café –
Vloek ik mijn liefde en dans als Salomé.
De wereld heeft haar weelde en haar misère. Lees verder

Geplaatst in gedicht | Getagged | Één reactie